Dit is de studiegids van de Postmaster opleiding tot Orthopedagoog-generalist. Deze studiegids is bedoeld als handleiding en naslagwerk gedurende de opleiding voor deelnemers en praktijkbegeleiders. Met deze opleiding word je uitgedaagd om jouw kennis, inzicht en vaardigheden verder te ontwikkelen. Na de opleiding kun je je inschrijven in het BIG-register en de wettelijk beschermde titel van Orthopedagoog-generalist voeren.
In deze studiegids vind je alle informatie die nodig is voor de opleiding. Je leest hoe de opleiding eruit ziet, wat er verwacht wordt, wie welke rol heeft en welke regelingen er zijn. Ook krijg je in deze gids achtergrondinformatie over de geschiedenis en het doel van de opleiding.
Mede namens de medewerkers van de RINO Groep wensen wij je een inspirerende en succesvolle opleidingsperiode toe.
Prof. dr. Maretha de Jonge, hoofdopleider OG van de Stichting BoPP West Nederland.
Studiegids OG

* Sinds 2020 wordt de OG-opleiding georganiseerd bij de RINO Groep.
* Sinds 2021 is de naam Stichting PDO-GGZ verandert in Stichting BOPP.
Sinds 1 januari 2020 is de orthopedagoog-generalist opgenomen in het BIG-register als artikel 3 beroep, naast de andere psychologische basisberoepen te weten GZ-psycholoog en psychotherapeut.
De basis voor de OG-opleidingsvereisten vloeit voort uit de wettelijke regeling. De eisen staan omschreven in het staatsblad Besluit van 1 oktober 2019, houdende regels inzake de opleiding tot orthopedagoog-generalist.
De orthopedagoog-generalist is deskundig in het verrichten van onderzoek en orthopedagogische diagnostiek en het behandelen en begeleiden van zich in een persoonlijke afhankelijkheidsrelatie bevindende personen met leer-, gedrags-, en ontwikkelingsproblemen. Zij betrekt daarbij altijd de opvoedingscontext als geheel, de verzorgers/opvoeders, en mogelijk andere personen uit de leefomgeving van de cliënt, zoals uit het gezin, onderwijs, buurt en/of leefgroep.
De opleiding tot orthopedagoog-generalist is een (postmaster) beroepsopleiding. De kern van de opleiding bestaat uit het verwerven van voor het beroep noodzakelijke competenties. Hierbij hoort in de visie van de Stichting BoPP West Nederland het accent te liggen op een wetenschappelijk geschoolde professional die zich, waar mogelijk, onderscheidt door een evidence-based beroepsuitoefening.
De orthopedagoog-generalist verricht zijn werkzaamheden op zeer uiteenlopende werkterreinen binnen de gezondheidzorg.
- Gehandicaptenzorg
- Onderwijs
- Jeugdhulp
- Wijkteams
- Geestelijke gezondheidszorg (GGZ)
- Ouderenzorg
De breedte van het werkveld leidt er toe dat de opleiding een generalistisch karakter heeft. De vertaalslag van het generalistische karakter van het cursorisch onderwijs naar het klinisch werken gebeurt in de praktijkopleiding onder begeleiding van werkbegeleider en supervisor.
De hoofdopleider draagt de facto de verantwoordelijkheid voor de gehele opleiding (cursorisch- en praktijkonderwijs) hetgeen in ieder geval omvat:
- De inhoud en kwaliteit van de cursorische opleiding
- De samenhang van de verschillende praktijk- en cursorische elementen
- De aanstelling van (hoofd)docenten
- De zorg voor een goed opleidingsklimaat
- Het toezicht houden op een goede integratie van logistiek en inhoud van de opleiding
- Advisering aan het bestuur
De hoofdopleider wordt in deze taken bijgestaan door de curriculumcommissie. De hoofdopleider is verantwoording schuldig aan, of kan ter verantwoording worden geroepen door het bestuur, door de erkennende en registrerende instanties en door de orthopedagoog in opleiding tot orthopedagoog generalist (verder genoemd: opleidingsdeelnemer).
De jaargroepopleider is gedelegeerd verantwoordelijk voor de begeleiding en beoordeling van de ontwikkeling en voortgang van de deelnemers in één opleidingsgroep. Zij ziet toe op een goed verloop van de opleiding van haar jaargroep. Zij is daartoe gemandateerd door de hoofdopleider. De jaargroepopleider houdt contact met de hoofdopleider, de manager opleidingen en de opleidingsmedewerker om inzichten en acties af te stemmen. Bij vragen of twijfel vindt altijd overleg plaats met de hoofdopleider.
De jaargroepvertegenwoordiger wordt uitgenodigd zitting te nemen in de opleidingscommissie, die twee à drie maal per jaar plaatsvindt. Deze functie kan, indien gewenst, door één of door twee opleidingsdeelnemers (gelijktijdig of afwisselend) worden bekleed.
Meer informatie over rollen en kwalificatie-eisen in de praktijkbegeleiding vind je in de brochure Taken en verantwoordelijkheden in de opleiding tot orthopedagoog-generalist (onder Belangrijke bijlagen).
In deze animatie laten we zien wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van praktijkopleiders van de postmaster BIG-opleidingen: Praktijkopleider: taken en verantwoordelijkheden - YouTube.
De examencommissie ziet er op toe dat de kwaliteit van de toetsen en examens is geborgd. De examencommissie heeft voorts de volgende taken en bevoegdheden:
- het vaststellen van richtlijnen en aanwijzingen binnen het kader van de onderwijs- en examenregeling, om de uitslag van toetsen en examens te beoordelen en vast te stellen,
- toezien op het borgen van de kwaliteit van de organisatie en de procedures rondom toetsen en examens
- het behandelen van bezwaren als bedoeld in art. 7.1 van het Onderwijs en Examenreglement (OER).)
Wanneer de klacht een bezwaar tegen een beoordeling van een examen(onderdeel) betreft moet deze worden ingediend bij de Examencommissie (zie hiervoor de paragraaf over de examencommissie).
Wanneer je klacht te maken heeft met ongewenst gedrag of integriteit kun je hiervoor ook contact opnemen met de vertrouwenspersoon van de RINO Groep (zie hiervoor de paragraaf over de vertrouwenspersoon).
Grensoverschrijdend gedrag, zoals discriminatie, pesten, seksuele intimidatie, agressie,
geweld en niet-integer handelen, wordt door ons niet geaccepteerd.
Wanneer je hier onverhoopt mee te maken krijgt, vinden wij het belangrijk dat je dit gedrag bespreekbaar maakt.
Mocht je in een situatie terechtkomen die je niet met je praktijkopleider, hoofdopleider/hoofddocent of medestudent wilt of kunt bespreken, dan kun je altijd rechtstreeks contact opnemen met onze vertrouwenspersoon.
De Stichtingen BIG-opleidingen voor Psychologen en Pedagogen Midden en West hebben een vertrouwenspersoon speciaal voor deelnemers:
Petra de Jong

E-mail: petra@korumediation.nl
Tel.: 06-41978119
Petra is in februari en maart 2026 niet bereikbaar, gedurende deze 2 maanden kun je terecht bij onze andere vertrouwenspersoon Peter Berkhout.
Peter Berkhout

Tel.: 06-116751067
Meer informatie is te vinden in de door het bestuur van de Stichtingen BOPP Midden en BOPP West vastgestelde Regeling Vertrouwenspersoon.
- Voorjaarsgroepen starten met het cursorisch onderwijs tussen januari en mei. De groepsindeling en definitieve startdatum wordt medio november bekendgemaakt.
- Najaarsgroepen starten met het cursorisch onderwijs tussen september en november. De groepsindeling en definitieve startdatum wordt medio juni bekendgemaakt.
Om er zeker van te zijn dat de praktijkuren meetellen voor de BIG-opleiding gelden de volgende voorwaarden:
- De deelnemer is toegelaten tot de BIG-opleiding. Dit betekent dat de deelnemer voldoet aan de volgende eisen:
- De deelnemer voldoet aan de toelatingseisen;
- De deelnemer heeft een positief toelatingsgesprek gehad.
- Het sjabloon van het Individueel Opleidingsplan (IOP) wordt uiterlijk binnen 6 weken vanaf startdatum praktijkonderwijs ingevuld door de deelnemer en de praktijkopleider, maar in ieder geval uiterlijk 1 week voor het IOP-gesprek. Het onderdeel ‘planning en begeleiding’ is zo volledig mogelijk ingevuld en er is een eerste opzet gemaakt van ‘de leerdoelen’. De praktijkopleider kan het IOP op Onderwijsportaal indienen zodra bekend is in welke groep de deelnemer is ingedeeld. Het IOP wordt besproken tijdens het IOP-gesprek dat na de start van het cursorisch onderwijs gepland wordt.

Vanaf januari 2020 kun je als nieuwe opleidingsdeelnemer aan de OG-opleiding in aanmerking komen voor verruimde vrijstelling als je de opleiding tot cognitief gedragstherapeut (VGCt) hebt gevolgd. Deze vrijstelling omvat maximaal 25% van het cursorisch onderwijs en maximaal 25% van het praktijkonderwijs van de OG-opleiding. Na de voordracht voor de OG-opleiding door jouw praktijkinstelling besluit de examencommissie op basis van de door jou ingediende certificaten van bovengenoemde opleiding of al dan niet toestemming wordt verleend tot vrijstelling. Klik hier voor de Beslisboom verruimde vrijstelling CGT.
Regulier vrijstellingenbeleid
De vrijstellingsmogelijkheid is beperkt tot een maximum van 50 uur en gaat alleen over het cursorisch onderwijs. Als men in aanmerking komt voor de verruimde vrijstelling van 100 uur dan kan men aanvullend nog maximaal 20 uur reguliere vrijstelling krijgen. Voor het praktijkonderwijs en de supervisie is op basis van het reguliere vrijstellingenbeleid géén vrijstelling mogelijk. Vrijstellingen worden aangevraagd via Onderwijsportaal. In het menu onder 'Opleidingsgegevens' vind je 'Vrijstellingen'. In het online formulier vult men de motivatie in en voegt je een certificaat toe. Na het verzenden beslist de examencommissie of al dan niet toestemming wordt verleend tot vrijstelling.
- 480 uur cursorisch onderwijs
- 240 uur praktijkopdrachten
- 90 uur supervisie
- 2790 uur orthopedagogische werkzaamheden in de praktijk
Binnen het cursorisch programma wordt onderwijs op het gebied van orthopedagogische diagnostiek en het toepassen van orthopedagogische behandelingsmethoden en begeleiding ten aanzien van kinderen en jeugdigen en diegenen die betrokken zijn bij hun opvoeding en ontwikkeling en volwassenen met een orthopedagogische zorgvraag in een geïntegreerd programma aangeboden. Het cursorisch programma is zodanig ingedeeld dat vanaf het begin van de opleiding theoretische ondersteuning wordt gegeven aan de uitvoering van de orthopedagogische diagnostiek en de behandeling binnen het praktijkonderwijs.
Gedurende twee jaar wordt op een vaste weekdag lesgegeven. In uitzonderlijke gevallen wordt uitgeweken naar een andere dag.
Het eerste jaar van het cursorisch onderwijs betreft generieke kennis en vaardigheden op het gebied van orthopedagogische diagnostiek, behandeling en begeleiding. In het 2e jaar van de opleiding worden in het onderwijs werkveld gerelateerde kennis en vaardigheden aangeboden m.b.t. orthopedagogische diagnostiek, behandeling en begeleiding.
Het curriculum is onderverdeeld in domeinen:
- Systemisch handelen 150 uur
- Organisatie en maatschappij 84 uur
- Evidence based practice 72 uur
- Ontwikkeling en leren 174 uur
Naast het verplicht bijwonen van het onderwijs wordt van de opleidingsdeelnemers verwacht dat ze de opgegeven literatuur bestuderen en praktijkopdrachten maken die binnen de praktijkinstelling moeten worden uitgevoerd. De praktijkopdrachten worden vervolgens ook in de opleiding ter discussie gesteld en/of geëvalueerd. Mede hierdoor wordt binnen de opleiding de afstemming tussen theorie en praktijk bevorderd en gewaarborgd.
Toetsing van het cursorisch deel vindt plaats aan de hand van toetsen en actieve participatie op de opleidingsdagen. De toetsen beogen de integratie van de theorie en kennis met het praktisch klinisch handelen. De praktijkopdrachten worden besproken in werkbegeleiding, supervisie en het cursorisch onderwijs.
- Inhoud en duur van het onderdeel
- Doelstellingen en/of eindtermen
- Werkwijze
- Beoordelingscriteria en toetsvorm
- Literatuur, verplicht en aanbevolen
Voor aanvang van elk lesblok krijg je eventueel aanvullende literatuur via Onderwijsportaal. De richtlijn voor de hoeveelheid literatuur is maximaal 30 pagina's leerstof per dagdeel van 3 uur. Het komt voor dat je voor een cursusblok aanvullende boeken moet aanschaffen. Deze kosten vallen buiten de opleidingsprijs en worden geschat op ongeveer 1.000 euro voor de hele opleiding
De beoordeling van het gehele cursorisch onderwijs bestaat uit een tweetal onderdelen:
- De beoordeling van toetsen en (vervangende) opdrachten
- De mate van aanwezigheid en actieve inbreng tijdens de cursussen
Voor iedere verplichte cursorische toets wordt een examinator aangewezen. Dit is meestal de docent die het onderdeel geeft, maar kan ook iemand anders zijn. De examinator is verantwoordelijk voor het maken en beoordelen van de toets, inclusief herkansingen.
Toetsen inleveren
Je levert toetsen via Onderwijsportaal in. De beoordeling en feedback ontvang je ook via Onderwijsportaal.
Op Onderwijsportaal vind je de inlevertermijnen. Uit het onderwijs en examenreglement volgt dat wanneer een toets niet wordt ingeleverd of niet op tijd wordt ingeleverd, het lesonderdeel niet is behaald (niet voldaan).
Als je een toets door overmacht niet tijdig kunt maken, neem je voorafgaand aan de toets per mail contact op met de jaargroepopleider en de opleidingsmedewerker.
Toetsresultaat en feedback
Binnen 30 dagen na de dag waarop de toets/opdracht is afgenomen, plaatst de toetsdocent de feedback/het resultaat op Onderwijsportaal.
Indien het beoordelingsresultaat van een cursorische toets onvoldoende is, kun je met een herkansing alsnog voldoende halen. Als de herkansing ook onvoldoende is, mag je het studieonderdeel eenmalig opnieuw volgen. Haal je dan nogmaals een onvoldoende, dan krijg je een judicium abeundi zoals bedoeld in artikel 4.5 van het Onderwijs- en examenregeling (OER). Dit betekent dat je de opleiding niet verder kan vervolgen. In bijzondere omstandigheden kan de hoofdopleider hiervan afwijken.
Als je voor drie toetsen via een herkansing een voldoende hebt gehaald, vindt er een gesprek met de hoofdopleider plaats. Bij dit gesprek wordt ook jouw praktijkopleider uitgenodigd.
Alle opleidingsonderdelen moeten met goed gevolg binnen de geldende termijn afgerond zijn, voordat de opleiding met een getuigschrift kan worden afgesloten.
Gebruik van Generatieve Artificial Intelligence (GenAI)
Bij het maken van toetsen en opdrachten is het GenAI beleid van toepassing. Het GenAI beleid is te vinden op Onderwijsportaal.
- Alle studieonderdelen van het curriculum
- Eventuele afwezigheid
- Toets resultaten
- De beoordeling van toetsen en (vervangende) opdrachten
- De mate van aanwezigheid en actieve inbreng tijdens de cursussen
- In geval van afwezigheid tussen 0% en 20% in een cursusblok moet je gemiste delen compenseren. Hiervoor dient de opleidingsdeelnemer een vervangende opdracht te doen. De vervangende opdracht moet worden voltooid uiterlijk een maand na datum van het gemiste deel;
- In geval van meer dan 20% afwezigheid in een cursusblok volg je het cursusblok opnieuw;
- Over de gehele opleiding mag je niet meer dan 10% missen
De standaard vervangende opdracht luidt:
1. Formuleer een richtlijn of stelling naar aanleiding van het thema van de gemiste dag. Geef jouw overwegingen bij deze richtlijn en stelling en geef aan hoe deze zich verhoudt tot de literatuur. Dat kan de voor die dag opgegeven literatuur zijn, maar je kunt natuurlijk ook gebruik maken van eerder gelezen literatuur, handboeken of literatuur van werkplek of bibliotheek.
2. Ga na welke implicaties de richtlijn of stelling heeft (zou kunnen hebben) voor de werkplek. Met andere woorden: reflecteer op de praktische bruikbaarheid en toepasbaarheid van de regel of richtlijn.
3. Ga na welke implicaties de richtlijn of stelling heeft (zou kunnen hebben) voor je eigen werkwijze. Met andere woorden: reflecteer op de praktische bruikbaarheid en toepasbaarheid van de regel of richtlijn voor je eigen hulpverleningsstijl.
4. Ga na of de richtlijn of stelling vooral practice based, evidence based of theorie-gestuurd is. Geef aan op welke evidence of theorie de stelling of richtlijn vooral gebaseerd is. Als dat niet mogelijk is ga dan na waarom dat niet mogelijk is en hoe het eventueel mogelijk te maken zou zijn.
5. Geef een samenvattende evaluatie van bovenstaande en geef de bijbehorende referenties.
De vervangende opdracht moet worden voltooid uiterlijk een maand na datum van het
gemiste onderdeel en gestuurd. Zet in naamgeving van de opdracht het onderwijsonderdeel en je achternaam. De vervangende opdracht stuur je via e-mail naar de opleidingsmedewerker van de opleiding.
De groep als leeromgeving
Tijdens de opleiding maak je deel uit van een groep. De hoofdopleiders kiezen hier bewust voor als een van de leeromgevingen, naast de werkomgeving, supervisie en werkbegeleiding. Binnen de groep creëer je samen de voorwaarden voor groei en ontwikkeling in een veilige, stimulerende en ondersteunende leeromgeving.
De interactie binnen de groep speelt een essentiële rol in de opleiding:
- Breedte van het werkveld: In de groep komen vragen en situaties uit verschillende werksettingen samen, wat bijdraagt aan een breder begrip van het werkveld.
- Reflectie en evaluatie: Je bespreekt en evalueert individuele opleidingstrajecten en helpt elkaar door middel van reflectie.
- Rijke discussies en professionele groei: De diversiteit aan vragen en perspectieven binnen de groep zorgt voor diepgaande discussies en draagt bij aan je ontwikkeling als expert en professional.
Om bovengenoemde redenen is het samenkomen van de groep op de lesdagen een onmisbaar onderdeel van de opleiding. Tijdens de lesdag vindt er formele kennisoverdracht plaats onder leiding van de docent, en wordt de leerstof op een informele manier verwerkt, bijvoorbeeld in gesprekken tijdens pauzes en bij gezamenlijke opdrachten. De interactie binnen de groep – zowel verbaal als non-verbaal – en de vaardigheden om hier optimaal van te profiteren, vormen een essentieel onderdeel van het leerproces.
Omdat groepsinteractie een cruciale rol speelt, volg je het cursorisch onderwijs altijd daar waar de groep is. Online onderwijs volgen kan dus alleen als de hele groep het onderwijs online volgt.
Uitzonderingen hierop worden uitsluitend gemaakt op basis van incidentele verzoeken met zwaarwegende motieven, en alleen na goedkeuring door de hoofdopleider.
Opleidingsdagen en vakantieperiodes die hiermee niet overeenkomen, worden ruim van tevoren bekend gemaakt. Het is niet toegestaan om vrij te nemen tijdens lesdagen wegens vakantie.
In het praktijkdeel staat het leren en werken in de praktijk en de reflectie daarop centraal. De opleidingsdeelnemer is in opleiding in de praktijk en ontvangt in deze setting praktijkonderwijs in de vorm van het oefenen met (nieuwe) vaardigheden, toepassen van kennis en reflectie op het eigen handelen. De feedback ontvangt de opleidingsdeelnemer van professionals, te weten de praktijkopleider en de werkbegeleider, én van de supervisor. De evaluatie en beoordeling van de praktijkopleiding vinden plaats in de praktijkopleidingsinstelling onder verantwoordelijkheid van de praktijkopleider, die hiervoor gemandateerd is door de hoofdopleider. De uiteindelijke beoordeling ligt bij de hoofdopleider.
Naast de dagelijkse praktijkwerkzaamheden is er tijd voor studie, reflectie en het maken van verslagen. De werkervaring wordt opgedaan aan de hand van een bij de start van de opleiding gemaakt individueel opleidingsplan onder begeleiding van het begeleidingsteam (praktijkopleider, werkbegeleider, supervisor). In het individueel opleidingsplan staan de werkzaamheden en leerdoelen beschreven.
Het praktijkdeel bestaat voor het grootste deel uit praktijkuren die besteed worden aan orthopedagogische diagnostiek, behandeling/begeleiding en indicatiestelling. Dit alles op het niveau van een gedragswetenschapper wat wil zeggen dat gebruik gemaakt wordt van wetenschappelijke kennis en methodologisch verantwoorde werkwijzen. Van het totaalaantal uren dient minimaal tien procent te worden besteed aan overige taken als beleid, onderwijs en onderzoek.
De BIG Opleidingen zijn duale opleidingen waarbij cursorisch onderwijs in principe parallel aan de praktijkopleiding plaatsvindt. In overleg met je praktijkopleider gebeurt het weleens dat eerder wordt gestart met de praktijkuren. De praktijkopleiding mag maximaal 4 maanden eerder starten dan de startdatum van het cursorisch onderwijs. Zie voor meer informatie: Start opleiding > Praktijkopleiding eerder starten dan start cursorisch onderwijs.
Een hoofdopleider kan dispensatie verlenen voor de geformuleerde eisen van de praktijkbegeleiding, indien zij van oordeel is dat de betrokkene aantoonbaar beschikt over een niveau van functioneren dat overeenkomt met de gestelde eisen. De praktijkopleider kan een dispensatieverzoek indienen via Onderwijsportaal.
Verzoek tot dispensatie
De praktijkopleider is ervoor verantwoordelijk dat de praktijkbegeleiders aan de kwalificatie-eisen voldoen. Wanneer dit niet het geval is, kan beargumenteerd dispensatie worden aangevraagd door de praktijkopleider via Onderwijsportaal.
De werkbegeleider is voor de opleidingsdeelnemer degene die dagelijks aanspreekbaar is en is daarom onderdeel van de directe werkomgeving van de opleidingsdeelnemer.
De werkbegeleider voldoet aan de volgende kwalificaties:
- Is tenminste drie jaar geregistreerd als orthopedagoog-generalist;
- Heeft minimaal drie jaar werkervaring als zodanig;
- Heeft cliëntgebonden taken;
- Is werkzaam in de cliëntenzorg, binnen hetzelfde team als de opleidingsdeelnemer.
- Is tijdens werktijden van de opleidingsdeelnemer voldoende aanwezig om aantoonbaar de begeleidingstaken adequaat te kunnen vervullen, met een ondergrens van 50% van de werktijd van de opleidingsdeelnemer. Daarbij dient de werkbegeleider zicht te hebben op, en weet te hebben van, de inhoudelijke werkzaamheden.
De werkbegeleider:
- fungeert als coach en rolmodel in de praktijkopleiding;
- draagt zorg voor de vorming van de professional in de dagelijkse praktijk;
- ziet er op toe dat de cliënten die worden toevertrouwd aan de zorg van de opleidingsdeelnemer verantwoorde zorg krijgen;
- zorgt ervoor dat de werkzaamheden passen binnen het individueel opleidingsplan van de deelnemer en houdt daarbij rekening met het cursorisch deel van de opleiding;
- ziet toe op een goede taakstelling en draagt er zorg voor dat deze bewaakt wordt, zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin;
- zorgt ervoor dat de werkzaamheden goed verdeeld zijn over de tijd;
- ziet erop toe dat de aard van de werkzaamheden in overeenstemming is met de bekwaamheden van de opleidingsdeelnemer;
- ziet erop toe dat er een functionerend systeem is waarin een daartoe gekwalificeerde beroepsbeoefenaar consult kan geven of een verrichting kan overnemen als de opleidingsdeelnemer daarom vraagt dan wel als anderszins wordt vastgesteld dat consult of overname opportuun is;
- zal in voorkomende gevallen zelf een verrichting kunnen overnemen;
- ziet erop toe dat er een functionerend systeem is waarin externe brieven, rapportages en verslagen van de opleidingsdeelnemer ondertekend of medeondertekend worden door een BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaar;
- geeft op verzoek van de praktijkopleider regelmatig een oordeel over de voortgang van het leertraject en de ontwikkeling en het functioneren van de opleidingsdeelnemer;
- treft maatregelen als er problemen zijn of dreigen met betrekking tot het leertraject, de ontwikkeling, het functioneren en/of de kwaliteit van het werk van de opleidingsdeelnemer en informeert de praktijkopleider hieromtrent;
- heeft regelmatig overleg met de opleidingsdeelnemer met betrekking tot de uitvoering van het individueel opleidingsplan en diens werkzaamheden, geeft feedback over de werkzaamheden en besteedt daarbij, voor zover relevant, aandacht aan technische, persoonlijke, positionele en beroepsethische aspecten;
- informeert de praktijkopleider als condities die voorzien zijn in het individueel of instellingsbreed opleidingsplan niet (meer) gerealiseerd worden en/of als niet meer voldaan wordt aan voorwaarde(n) waarop de erkenning van de opleidingsplaats berust;
- is beschikbaar voor overleg met de opleidingsdeelnemer, de praktijkopleider, de supervisor(en) en eventuele anderen over de voortgang van het leertraject en het functioneren van de opleidingsdeelnemer;
- geeft gemiddeld tenminste 1 uur werkbegeleiding per week;
- is (tuchtrechtelijk) verantwoordelijk voor al de door de opleideling geleverde patiëntenzorg. Dit betekent dat de werkbegeleider tuchtrechtelijk kan worden aangesproken op het handelen (of niet handelen) van de opleideling. Daarom dient de werkbegeleider op de hoogte te zijn van de werkzaamheden van de opleideling en deze te begeleiden in het professionele handelen.
De supervisie is gericht op de professionele en persoonlijke ontwikkeling van de orthopedagoog-generalist in opleiding en kan zowel individueel als groepsgewijze plaatsvinden. Doel van de supervisie is het vergroten van de persoonlijke (houding, existentie), methodische maar ook technische vaardigheden van de orthopedagoog-generalist. Ook komen beroepsethische aspecten aan bod evenals de organisatie van het werk. In de supervisie ligt het accent op de reflectie en het denken van de opleidingsdeelnemer met het oog op diens persoonlijke professionele ontwikkeling. Supervisie wordt gezien als ‘methodisch integratief ervaringsleren’ en gaat daarmee dus verder dan beschrijving van individuele casuïstiek.
De supervisor geeft informatie aan de praktijkopleider over de voortgang van de opleidingsdeelnemer en kijkt dan met name naar ontwikkelingsmogelijkheden in het kader van de opleiding. Het is van belang dat de supervisor een onafhankelijke positie inneemt, zodat hij in staat is de supervisant te begeleiden bij systematische reflectie over zijn functioneren in de opleiding en zijn ontwikkeling tot orthopedagoog-generalist.
De supervisor voldoet aan de volgende kwalificaties:
- Is tenminste drie jaar geregistreerd als orthopedagoog-generalist of GZ-psycholoog;
- Heeft minimaal drie jaar werkervaring als zodanig;
- Heeft bij voorkeur een door de beroepsgroep erkende supervisorenopleiding gevolgd;
- Heeft aantoonbare vakinhoudelijke expertise op het terrein waarop de supervisie betrekking heeft;
- Heeft geen rechtstreekse werk- dan wel privérelatie met de opleidingsdeelnemer en maakt geen deel uit van het team waarin de opleidingsdeelnemer werkzaam is.
De supervisor:
- begeleidt het persoonlijk leerproces en ontwikkeling van de opleidingsdeelnemer;
- geeft supervisie over een welomschreven deel van de werkzaamheden van de opleidingsdeelnemer, waarbij het leerproces van de opleidingsdeelnemer centraal staat;
- houdt bij de inrichting van zijn supervisiewerkzaamheden rekening met de doelstelling van de opleiding en conformeert zich aan hetgeen in het individueel opleidingsplan is vastgelegd omtrent doel en opzet van de supervisie;
- besteedt in de supervisie expliciet aandacht aan de vigerende standaarden en de wetenschappelijke state of the art op het terrein waarop de supervisie betrekking heeft;
- betrekt in de supervisie de persoonlijke ontwikkeling van de opleidingsdeelnemer in diens interactie met cliënten en het systeem, alsmede beroepsethische kwesties, voor zover deze relevant zijn voor diens functioneren op het terrein waarop de supervisie betrekking heeft;
- geeft op verzoek van de praktijkopleider regelmatig een oordeel en/of informatie over de voortgang van het leertraject en de ontwikkeling en het functioneren van de opleidingsdeelnemer en betrekt in dit oordeel diens technische en theoretische kennis, praktische vaardigheden en attitude jegens de cliënt, alsmede persoonlijke en beroepsethische aspecten, voor zover deze relevant zijn voor het functioneren van de opleidingsdeelnemer op het terrein waarop de supervisie betrekking heeft.
De supervisor voldoet aan de volgende kwalificaties:
- Is tenminste drie jaar geregistreerd als orthopedagoog-generalist of GZ-psycholoog;
- Heeft minimaal drie jaar werkervaring als zodanig;
- Heeft bij voorkeur een door de beroepsgroep erkende supervisorenopleiding gevolgd;
- Heeft aantoonbare vakinhoudelijke expertise op het terrein waarop de supervisie betrekking heeft;
- Heeft geen rechtstreekse werk- dan wel privérelatie met de opleidingsdeelnemer en maakt geen deel uit van het team waarin de opleidingsdeelnemer werkzaam is.
Beeld- en geluidsopnamen
Voor de kwaliteit van de opleiding is het verplicht dat de supervisie over zowel orthopedagogische diagnostiek als behandeling/begeleiding onder meer gebeurt aan de hand van beeld- of geluidsopnamen. Deze opnamen dienen een integraal onderdeel van supervisie te worden daar waar het opportuun is.
De ervaring leert dat het gebruik van audiovisuele middelen goede handvatten biedt voor gerichte supervisie, omdat het beter zicht geeft op het functioneren en de kwaliteit van de therapeutische relatie. De supervisor kan wat is opgenomen eventueel aanvullen en/of demonstreren of de opleidingsdeelnemer vragen een procedure in een rollenspel na te spelen. Bovendien stelt het je als opleidingsdeelnemer in de gelegenheid om binnen de veilige omgeving van de supervisie feedback te ontvangen over je eigen functioneren in de klinische praktijk en je vaardigheden te verbeteren.
Vanuit de diverse regelgevingen op patiëntgebied is er een aantal regels voor het maken van opnamen. Meer informatie hierover vind je op Onderwijsportaal onder Algemene informatie: Toelichting beeld- of geluidsopnamen.
Verslag supervisie
De leer- en aandachtspunten van de supervisie houd je bij in een (kort) verslag. Eén uur supervisie bestaat uit minimaal 45 minuten een-op-een contact en valt binnen je reguliere werktijd. De overige tijd kun je voor voorbereiding/uitwerking gebruiken. In het halfjaarverslag vragen wij deze sessie als volgt te vermelden: één uur (individuele supervisie).
Wanneer de supervisie in groepsverband plaatsvindt, gelden de volgende regels:
- Bij twee supervisandi duurt één sessie minimaal één uur. In het IOP en bij de halfjaarlijkse urenregistratie op Onderwijsportaal vermeld je deze sessie als volgt: één uur (omgerekend op basis van groepssupervisie met twee supervisandi)
- Bij drie supervisandi duurt één sessie minimaal 75 minuten. In het IOP en bij de halfjaarlijkse urenregistratie op Onderwijsportaal vermeld je deze sessie als volgt: één uur (omgerekend op basis van groepssupervisie met (vermelding aantal) supervisandi.
De supervisie vindt wekelijks op een afgesproken tijdstip plaats, waarbij zowel jij als de supervisor fysiek aanwezig zijn. In deze animatie laten we zien wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van werkbegeleiders en supervisoren van de postmaster BIG-opleidingen: Supervisor: taken en verantwoordelijkheden - YouTube.
Beoordeling
Bij aanvang van de opleiding beoordeel je in samenspraak met de praktijkopleider je eigen competenties door het invullen van het digitale competentieprofiel. Het competentieprofiel vind je terug op Onderwijsportaal. In dit profiel wordt de voortgang van de competentieontwikkeling vastgelegd. Vervolgens worden de competenties ieder halfjaar met jou geëvalueerd en per competentiegebied beoordeeld door de praktijkopleider en verwerkt in het competentieprofiel.
Evaluatie
Over ieder halfjaar schrijf je een halfjaarverslag. Het sjabloon hiervoor vind je op Onderwijsportaal. In dit verslag reflecteer je op jouw eigen competentieontwikkeling en benoem je leerdoelen voor de komende periode. Een evaluatie door de praktijkopleider, werkbegeleider en supervisor van het afgelopen halfjaar maakt deel uit van dit verslag. Het verslag wordt via Onderwijsportaal ingediend door deelnemer en ter goedkeuring voorgelegd aan de praktijkopleider en de hoofdopleider of jaargroepopleider.
Halverwege de opleiding vindt een evaluatiegesprek plaats. Dit valt samen met het tweede halfjaarverslag en de competentiebeoordeling. Hierbij ben jij als opleidingsdeelnemer, de hoofd- of jaargroepopleider en de praktijkopleider aanwezig. Tijdens dit gesprek wordt jouw functioneren in de praktijk besproken en worden afspraken gemaakt voor de volgende periode. Ook je functioneren in het cursorisch onderwijs kan worden besproken. Bij afronding van de opleiding vindt een eindgesprek en een geschiktheidsbeoordeling plaats.
De opleiding kent een vaste gesprekkenstructuur. De gesprekken en benodigde voorbereiding staat in bijlage ‘Overzicht gesprekken en verslagen’. De uitnodiging voor de gesprekken wordt verzonden naar de praktijkopleider, die het gesprek mede namens de deelnemer inplant via Onderwijsportaal.
Meer informatie over en de sjablonen voor verslagen vind je op Onderwijsportaal in het portfolio.
Onvoldoende beoordeling praktijkonderwijs
Een onvoldoende beoordeling van het praktijkonderwijs krijg je wanneer je praktijkopleider je voortgang als onvoldoende beoordeelt. Je voortgang op één of meerdere competentiegebieden is gezien de fase van je opleiding onvoldoende of er is een andere reden om een onvoldoende toe te kennen. De hoofdopleider/jaargroepopleider stelt hierna aan de hand van deze beoordeling de definitieve beoordeling over de voortgang van je competentieontwikkeling in de praktijk vast. De hoofdopleider/jaargroepopleider bepaalt na overleg met de praktijkopleider op welke competenties de deelnemer beoordeeld zal worden gedurende het beoordelingstraject.
Zoals vermeld in de Onderwijs en Examenregeling (OER) heb je bij een onvoldoende beoordeling recht op een herkansing. Voor het praktijkonderwijs bestaat de herkansing uit een beoordelingstraject. Er geldt de volgende procedure:
- Voor de start van het beoordelingstraject wordt een plan van aanpak gemaakt waarin concrete acties ter verbetering van de onvoldoende beoordeelde competentiegebieden worden vastgesteld. De uitwerking van het plan van aanpak geschiedt aan de hand van de indicatoren die horen bij de onvoldoende beoordeelde competentiegebieden. Zoals vermeld in het Toetsboek van de opleiding: Een indicator is waarneembaar en meetbaar gedrag of het resultaat van dat gedrag.
- De praktijkopleider is verantwoordelijk voor het opstellen van het plan van aanpak. Hierbij zijn de deelnemer, de hoofdopleider of jaargroepopleider en eventueel de opleidingsmanager betrokken.
- Het plan van aanpak wordt door de praktijkopleider in Onderwijsportaal geplaatst onder ‘Aandachtspunten en afspraken’.
- Het beoordelingstraject heeft een looptijd van drie maanden. De startdatum van het beoordelingstraject wordt gezamenlijk vastgesteld en vastgelegd in het plan van aanpak;
- In het plan van aanpak wordt de datum van beoordeling van het beoordelingstraject vastgelegd, alsmede wie bij deze beoordeling betrokken zijn. Dit zijn minimaal de praktijkopleider en de hoofdopleider/jaargroepopleider;
- De hoofdopleider/jaargroepopleider accordeert voor aanvang van het beoordelingstraject het plan van aanpak met betrekking tot de inhoud en vorm van de te beoordelen competenties en informeert de praktijkopleider en de deelnemer hierover in Onderwijsportaal geplaatst onder ‘Aandachtspunten en afspraken’.
- Is de beoordeling van één of meerdere competentiegebieden na afloop van het beoordelingstraject onvoldoende, dan is er nog één herkansing mogelijk;
- Er volgt een (herzien) plan van aanpak.
- Het herkansings-beoordelingstraject heeft wederom een looptijd van drie maanden;
- Is de beoordeling van één of meerdere competentiegebieden na afloop van het herkansings-beoordelingstraject opnieuw onvoldoende, dan eindigt de opleiding.
Wanneer de klacht een bezwaar tegen een beoordeling van een examen(onderdeel) betreft moet deze worden ingediend bij de Examencommissie (zie hiervoor de paragraaf over de examencommissie).
Wanneer je klacht te maken heeft met ongewenst gedrag of integriteit kun je hiervoor ook contact opnemen met de vertrouwenspersoon van de RINO Groep (zie hiervoor de paragraaf over de vertrouwenspersoon).
De Onderwijs- en examenregeling (OER) is vastgesteld door de Stichting BoPP West Nederland. De examencommissie bewaakt de naleving van de OER (zie belangrijke bijlagen/regelgeving).
Bezwaarprocedure
Bij conflicten en geschillen met betrekking tot toetsing en examens wordt in eerste instantie de hoofdopleider geraadpleegd. Deze tracht een oplossing te bewerkstelligen. Wanneer er een situatie ontstaat waarin de opleidingsdeelnemer en de hoofdopleider niet tot overeenstemming kunnen komen, bestaat de mogelijkheid om de examencommissie in te schakelen
Tegen een door de hoofdopleider, praktijkopleider of een docent genomen besluit kun je een bezwaarschrift indienen bij de examencommissie conform onderstaande procedure.
Een bezwaarschrift moet je schriftelijk indienen binnen 6 weken na bekendmaking van het besluit.
Je ondertekende bezwaarschrift bevat tenminste:
- Jouw naam en adres
- De redenen van het bezwaar
- Een duidelijke omschrijving van het besluit met datum waartegen het bezwaar is gericht met afschrift van het besluit.
In voorbereiding op de afronding van de opleiding controleert de deelnemer of zijn/haar portfolio voldoet aan de eindeisen. Hiervoor gebruikt de deelnemer de checklist portfolio OG-opleiding.
Persoonsgegevens
Voor het samenstellen van het getuigschrift worden je persoonsgegevens gebruikt vanuit het portaal. We verzoeken je om deze te controleren door rechts bovenin op je profiel te klikken, zodat de juiste gegevens op het getuigschrift komen te staan.
Het getuigschrift wordt afgegeven op je geboortenaam. Dit zijn je volledige voornamen + geboortenaam (en niet je aangetrouwde naam). Hiernaast dient de juiste titulatuur en geboorteplaats te zijn ingevuld. Als je geboorteland verschilt van Nederland dan verzoeken we je deze ook in te vullen.
Uitloop opleiding
Als je uitloop hebt van de opleiding en na de diplomering nog praktijk en/of cursorisch onderwijs volgt dan geldt het volgende:
- Loop je niet langer dan 3 maanden uit, dan schrijf je het (eind)verslag over een langere laatste periode.
- Loop je langer dan 3 maanden uit, dan schrijf je elk volgende periode een verslag en registreer je de uren. Je kan als deelnemer zelf een nieuwe periode aanmaken met de button ‘Periode toevoegen’ rechtsboven.
Als bij uitloop de einddatum van je opleiding inzicht komt breng je de opleidingsmedewerker op de hoogte in verband met de administratieve verwerking.
Einddatum getuigschrift
De formele einddatum van de opleiding is de datum waarop aan alle vereisten voor de opleiding is voldaan. Deze datum wordt als volgt vastgesteld:
- De einddatum praktijkopleiding is de datum dat aan alle praktijk vereisten is voldaan. Deze datum wordt door de praktijkopleider vermeld in het portfolio van de deelnemer.
- De einddatum cursorische opleiding is de datum dat aan alle cursorische vereisten is voldaan. Deze datum wordt door de jaargroepopleider vastgesteld.
Getuigschrift ontvangen
Het getuigschrift wordt uitgereikt tijdens de diplomering van je opleidingsgroep. Als je op deze datum nog niet voldoet aan de opleidingseisen, dan ontvang je een concept-dossioma (en nog geen getuigschrift).
Als je tot drie weken voorafgaand aan de diplomering voldoet aan de opleidingseisen, heb je de mogelijkheid om het getuigschrift eerder per post te ontvangen. Indien je hiervoor in aanmerking komt en dit wenst, neem dan tijdig contact op met de opleidingsmedewerker.
Op aanvraag is het getuigschrift in het Engels te verkrijgen. Je verzoek hiervoor richt je aan de opleidingsmedewerker.
Registratie als orthopedagoog-generalist
Na succesvolle afronding van de opleiding ontvang je na enkele weken het getuigschrift. Met een digitale kopie van dit getuigschrift kun je de BIG-registratie tot orthopedagoog-generalist aanvragen. Meer informatie over (her)registratie is te vinden op www.bigregister.nl.
Docent worden bij de RINO Groep?
Heb je interesse om na afronding van de opleiding je kennis over te dragen als docent kijk dan voor meer informatie op onze docenten pagina en/of neem voor vragen contact op met P&O docenten via docentencontact@rinogroep.nl.
Over de organisatie van de opleiding
- Landelijk Opleidingsplan OG-opleiding
- Beroepscompetentieprofiel Orthopedagoog-generalist (NVO)
- Competentieprofiel OG-opleiding RINO Groep (pdf)
- Competentiegericht Opleiden - Getting Started
- Overzicht gesprekken en verslagen
- Brochure OG-opleiding RINO groep (pdf)
- Schema: Bij wie kan je waarvoor terecht?
