interview
10 oktober 2017

‘Trauma bij mensen met een verstandelijke beperking behandelen kan veel leed voorkomen’

Het is bekend dat mensen met een verstandelijke beperking extra kwetsbaar zijn voor trauma. Maar hoe vaak het voorkomt, hoe je het diagnosticeert en hoe je het behandelt was nog onbekend. Liesbeth Mevissen wijdde haar promotieonderzoek aan deze vragen. Zij geeft nu bij de RINO Groep de ‘Verdiepingscursus traumadiagnostiek en EMDR-therapie bij mensen met een verstandelijke beperking’.

Liesbeth Mevissen
Liesbeth Mevissen

Hoe herken je trauma bij mensen met een beperking?
‘Mensen met een verstandelijke beperking reageren niet anders op een trauma dan anderen. Ze trekken zich bijvoorbeeld terug of ze gedragen zich agressief. Maar die signalen worden in de ggz vaak niet herkend als symptomen van een posttraumatische stressstoornis. Vaak schrijven professionals ze toe aan de beperking of aan een ander psychisch probleem, variërend van autisme tot een psychose. Aan trauma wordt gewoonweg niet gedacht. Of ze zijn bang om ernaar te vragen vanwege het risico op ontregeling. Die angst is in mijn onderzoek onterecht gebleken: geen van de tweehonderd mensen die wij hebben bevraagd, is dat overkomen.’

Hoe kun je trauma bij mensen met een verstandelijke beperking effectief behandelen?

‘Uit mijn onderzoek blijkt dat de symptomen die zij laten zien, passen bij de ontwikkelingsleeftijd. Die moet ook het uitgangspunt zijn bij de EMDR-behandeling. Bij iemand met een lichte beperking pas je dan het tempo aan, je vereenvoudigt instructies en je betrekt de ouders of begeleiders erbij. Bij een volwassene die functioneert als een driejarige gebruik je de verhalenmethode. We zien in de praktijk dat dat werkt. En dat is goed nieuws, want de EMDR-protocollen die je nodig hebt, zijn al ontwikkeld in de kinder- en jeugdpsychiatrie.’

Wat is jouw boodschap aan professionals in de ggz?

‘Realiseer je dat mensen met een beperking drie tot vier keer vaker dan gemiddeld slachtoffer worden van fysiek geweld, seksueel misbruik en andere ervaringen die tot een posttraumatische stressstoornis kunnen leiden. Krijg je dus te maken met een cliënt met een verstandelijke beperking en emotionele of gedragsproblemen, bevraag die dan standaard op trauma en life events, zodat je goed zicht krijgt op onderliggende oorzaken. Ik heb daarvoor een klinisch interview ontwikkeld en gevalideerd: de ADIS-C-LVB-sectie PTSS. Werkt een behandeling niet, maak je aanpak dan nog eenvoudiger, betrek het systeem erbij zoals je ook bij kinderen zou doen en heb oog voor eventuele trauma’s van ouders die kunnen meespelen. Zo kun je heel veel leed voorkomen: van revictimisatie tot verslaving tot uithuisplaatsing.’

Wat is hierin jouw drijfveer?

‘Ik werk al veertig jaar met mensen met een verstandelijke beperking en investeerde altijd veel in het creëren van een helende omgeving. Lang wist ik niet dat de gevolgen van trauma ook bij deze doelgroep zo goed met EMDR te behandelen zijn. Omdat er geen wetenschappelijk onderzoek was op dit terrein, ben ik dat uiteindelijk zelf gaan doen. En daar ga ik ook na mijn promotie mee door.’