interview
1 september 2016

Kijken in de krater: zo word je een betere hulpverlener bij complexe scheidingen

Waarom is het toch zo moeilijk om complexe echtscheidingen vlot te trekken? Volgens docent Sietske Dijkstra zit het geheim hem in verder kijken dan het cliché van de vechtscheiding. Hoe je daarin een stap vooruit kunt zetten, dat leer je onder andere in de cursus Complexe scheidingen.

Docent Sietske Dijkstra
Docent Sietske Dijkstra

Iedere hulpverlener die werkt met gezinnen in een vechtscheiding zal de frustratie herkennen: je vreselijk zorgen maken om de kinderen, maar met de ouders geen vooruitgang boeken. Of na hard werken de oplossing vlakbij voelen, en dan toch weer vastlopen. Om die spiraal te doorbreken, moeten we anders leren kijken, zegt Sietske Dijkstra. ‘Het begint al met het woord vechtscheiding. Die term zorgt ervoor dat we verschillende scheidingen eigenlijk heel oppervlakkig op dezelfde manier beschouwen: ‘het is een gevecht, dat is slecht voor de kinderen en we moeten dat oplossen door de ouders beter te laten communiceren.’ Maar een vechtscheiding is niet meer dan een uitdrukking van de problematiek die daaronder ligt, en die is in ieder geval anders. Je moet daarom eerst afdalen in de “krater” van het probleem, daar waar het gaat om verlies, machtsongelijkheid, boosheid en verdriet. Om los te komen van dat oppervlakkige beeld spreek ik dan ook liever van complexe scheidingen.’
 
Veranderkrachten
De afdaling in de krater begint met het in kaart brengen en erkennen van wat er precies aan de hand is in de relatie. Daarvoor ontwikkelde Sietske een model met zeven aspecten: tijd, conflict, relaties, geweld/verslaving/psychiatrie, systemen, samenwerking en communicatie. ‘In de cursus leer je dat onder meer toepassen door een tijdbalk te maken van alles wat er gebeurd is. Daarin zet je het begin van de relatie en de geboorte van de kinderen, maar ook rechtszaken, geweldsincidenten, wanneer er psychische problemen begonnen te spelen, wat er maar belangrijk is. Zo’n tijdbalk kan veel inzicht geven, zowel aan de hulpverlener als aan de ouders.’ Is zo’n analyse niet vreselijk ingewikkeld en tijdrovend? ‘Nee hoor, het model dat we daarbij gebruiken helpt ordenen waar het in dit geval om gaat. Het gaat er ook niet om dat je alles uitvoerig opschrijft, maar om het erkennen van wat er gebeurd is en het benoemen van de verschillende standpunten en gevoelens. Dat schept ruimte voor veranderkrachten.’
 
Bouwstenen
En leer je in de cursus dan ook meteen welke interventie je na zo’n analyse moet toepassen? ‘Pasklare oplossingen zijn er niet. Er wordt wel steeds meer onderzoek gedaan op dit gebied, en daar maken we in de lessen ook flink gebruik van, maar het vinden van de juiste aanpak moeten we op een andere manier benaderen: met samenwerking, supervisie en intervisie. Bespreek elke week casuïstiek met je team of met een maatje: zowel de buikpijngevallen als die waar je trots op bent, want in die laatsten zitten de bouwstenen voor de-escalatie. Die ontdek je door consequent tijd in te ruimen voor reflectie met elkaar - tijd die je terugverdient doordat je beter bij de kern komt van waar het om draait.’ In de cursus leer je hoe je dit zó aanpakt dat je er ook echt van leert, en hoe je cliënten van die vaardigheden kunnen profiteren, bijvoorbeeld in de vorm van psycho-educatie. ‘Zo’n tijdbalk bijvoorbeeld kun je heel goed bespreken met ouders. Zo zet je ook hen in de reflectiestand en geef je ze de gelegenheid om zelf actief bij te dragen aan oplossingen.’