‘Toedienen van lage dosis testosteron geeft net dat kleine zetje dat nodig is om exposuretherapie effectiever te maken’

Interview met Topklasdeelnemer Moniek Hutschemaekers

15 december 2023
 

Moniek Hutschemaekers

Mensen kennen testosteron vooral van dominante alfamannen en jongens in de sportschool, maar testosteron is ook nuttig voor mensen met een sociale angststoornis. ‘Toen we ontdekten dat er een verband is tussen testosteronwaardes en het effect van exposuretherapie, zijn we gaan onderzoeken of toedienen van testosteron zinvol is.’ Topklasdeelnemer Moniek Hutschemaekers vertelt over haar onderzoek.

Als we Moniek Hutschemaekers interviewen heeft ze een paar dagen daarvoor de verdediging van haar proefschrift gehad. Ze promoveerde Cum Laude aan de Radboud Universiteit. Hutschemaekers werkt als Gz-psycholoog in opleiding tot klinisch psycholoog bij Pro Persona, een grote ggz-instelling in regio Gelderland, en hoort tot de eerste lichting studenten van de Topklas. ‘Ik ben sinds 2017 verbonden aan de Topklas, en inmidels klaar, want op 1 december rondde ik de opleiding tot klinisch psycholoog af. Daarmee heb ik er zeven jaar Topklas op zitten.’

Combinatie van onderzoek en zorg

Deelnemers aan de Topklas bij de RINO Groep volgen eerst de tweejarige opleiding tot Gz-psycholoog, daarna de vierjarige opleiding tot specialist (klinisch psycholoog of klinisch neuropsycholoog) en doen gelijktijdig promotieonderzoek. Een pittig en uitdagend traject. ‘Het was juist die combinatie die mij zo aantrok. Tijdens mijn studie deed ik zowel een onderzoeksmaster als een klinische en wist ik al dat ik onderzoek en zorg wilde combineren’, vertelt Hutschemaekers.

Tijdens haar klinische master liep Hutschemaekers stage bij Overwaal, expertisecentrum voor angst, dwang en PTSS, dat onderdeel van Pro Persona is. Hutschemaekers: ‘Daar werken veel mensen die affiniteit hebben met onderzoek en het geven van vooruitstrevende behandelingen, dus deze plek paste mij goed. Na mijn stage ben ik daar gaan werken als masterpsycholoog en onderzoeker. Iemand attendeerde mij op de Topklas en de hoogleraar die toen bij Propersona werkte heeft mij voorgedragen.’ Na de afronding van de GZ-opleiding koos Hutschemaekers ervoor om eerst een jaar als Gz-psycholoog te werken bij Overwaal, voordat ze startte met haar opleiding tot klinisch psycholoog. ‘Op deze manier kon ik wat meer ervaring opdoen als regiebehandelaar en meer tijd besteden aan mijn promotieonderzoek.’

Effectiviteit exposuretherapie verbeteren

Door haar werk bij Overwaal kwam Hutschemaekers in aanraking met mensen met een sociale angststoornis. ‘Er was al veel literatuur over de relatie tussen testosteron en sociaal toenaderingsgedrag. Testosteron zorgt ervoor dat mensen sociale situaties die uitdagend of spannend zijn zo goed mogelijk benaderen. Mensen met een sociale angststoornis zijn heel erg angstig in sociale situaties en geneigd deze uit de weg te gaan. Dit vermijdingsgedrag houdt de angststoornis in stand. Een grote studie liet zien dat vrouwen met een sociale angststoornis lagere testosteronwaardes hebben dan vrouwen zonder angststoornis. Daarnaast liet onderzoek zien dat wanneer je testosteron toedient aan vrouwen met een sociale angststoornis zij dreigende gezichten sneller toenaderen op een computertaak. Op basis van deze studies kwamen we op het idee om deze bevindingen te vertalen naar de klinische praktijk en te onderzoeken of testosteron een goed middel is om de effectiviteit van exposuretherapie te verbeteren.’

'Er is een relatie tussen de mate waarin testosteronwaardes stijgen in het lichaam en de mate waarin de sociale angstklachten afnamen na de exposuretherapie'

Moniek Hutschemaekers

Hutschemaekers en haar team hebben eerst gekeken naar de aanwezigheid van het lichaamseigen testosteron. Door middel van speekselsamples is een baseline-meeting verricht. Hutschemaekers: ‘In een eerste studie hebben we gekeken of en in welke mate de baselinewaardes die mensen van nature in hun lijf hebben, stijgen in voorbereiding op een exposuresessie, en of dat samenhing met het effect van de therapie. Daarbij vonden we dat mensen die een hoge stijging lieten zien, iets beter profiteerden van de exposuretherapie. Zo zagen we dus dat er een relatie was tussen de mate waarin testosteronwaardes stijgen in het lichaam en de mate waarin de sociale angstklachten afnamen na de exposuretherapie.’

In vervolgstudie testosteron toedienen

De effectiviteit is gemeten door de antwoorden op een vragenlijst die cliënten bij aanvang van de therapie invulden, te vergelijken met de antwoorden die ze na afloop gaven. ‘Mensen met een grotere stijging in die testosteronwaardes, hadden een sterkere afname in sociale angstklachten. Dat was voor ons een indicator voor de waarschijnlijkheid dat dus ook de therapie bij die groep effectiever is geweest’, aldus Hutschemaekers.

‘In de vervolgestudie hebben we ook daadwerkelijk testosteron toegediend om te kijken wat de stijging van de testosteronwaardes voor gevolg had voor het effect van de exposuretherapie.’ Het toedienen van een lage dosis testosteron is toegepast bij een vrouwelijke onderzoekspopulatie. Dat heeft een reden. ‘De methode voor toedienen van testosteron en het bepalen van de juiste dosering bij vrouwen is al goed onderzocht; bij mannen was dat minder het geval. De sociale angststoornis komt daarnaast veel vaker voor bij vrouwen dan bij mannen’, legt Hutschemaekers uit.

Ambitie is meer onderzoek

‘In die toedieningsstudie hebben we gevonden dat die testosteron wel invloed heeft op het proces binnen de exposure (namelijk de angst die mensen binnen een sessie ervaren), maar dat dat zich vervolgens niet vertaalde naar een sterkere afname van de sociale angstklachten na afloop van twee exposuresessies. Om duidelijk te krijgen of het verschil in ervaren angstgevoelens tijdens de exposure sessie ook echt behulpzaam is binnen exposuretherapie moet meer onderzoek worden gedaan met een groter aantal exposuresessies waarbij er vaker testosteron toegediend wordt. Dat is ook de ambitie voor de toekomst.’

Aanleiding voor dit onderzoek is dat ongeveer de helft van de cliënten die exposuretherapie krijgt, daar onvoldoende van profiteert. ‘Dat is best veel, en dat zorgt ervoor dat mensen in de zorg blijven of er weer in terugkomen. Dat heeft natuurlijk nadelige gevolgen voor cliënten. Daarnaast heeft het ook financiële gevolgen en het houdt de druk op de geestelijke gezondheidszorg in stand. Het zou mooi zijn als er manieren zijn om het effect ervan te vergroten. Dit onderzoek is een stap in die richting’, aldus Hutschemaekers.

Wil je meer lezen over de Topklas?