interview
7 oktober 2018

Herstel: het gewone leven weer leren inademen

De inzet van ervaringsdeskundigheid is essentieel; niet alleen bij het verlenen van hetstelondersteunende zorg, maar ook bij het opleiden en trainen van zorgverleners. Daarom heeft de RINO Groep Toon Walravens onlangs aangesteld als hoofdopleider Systematisch Rehabilitatiegericht Handelen (SRH). Een gesprek over de kracht van SRH en herstelverhalen.

Toon Walravens
Toon Walravens

Als ervaringsdeskundige heeft Toon Walravens een grote staat van dienst. Zelfs in het buitenland wordt dat gezien en gewaardeerd, gelet op de internationale onderscheiding die hij in 2013 in Engeland voor zijn werk kreeg.
In 2003 start hij als vrijwilliger bij de centrale cliëntenraad van de GGzE. Inmiddels werkt hij als ambassadeur Herstel en Rehabilitatie bij forensische kliniek De Woenselse Poort/GGzE. Daarnaast is hij op allerlei andere manieren actief. Bijvoorbeeld als adviseur/coach vanuit zijn eigen bedrijf. En als ervaringsdeskundige in het landelijk Schakelteam Personen met verward gedrag. Nu komt daar ook de RINO Groep nog bij, waar hij als hoofdopleider en manager opleidingen aan de slag gaat. Dat is voor hem een ‘kroon op zijn werk’. Begrijpelijk, zeker als je ziet wat voor enorme ontwikkeling Walravens heeft doorgemaakt.

'Gaandeweg leerde ik grip te krijgen op alles wat grip op mij had: een complex geheel van dysthyme depressie, stemmingswisselingen en trauma. De psychische problematiek die achter mijn verslaving en andere ontladingen schuilging, bleek behoorlijk groot te zijn. Toch probeerde ik het gewone leven zoveel mogelijk in te ademen.'

Toon Walravens, hoofdopleider SRH

Hij groeit op in een ontwricht gezin en wordt al jong uit huis geplaatst. Zo komt hij in een jeugdinternaat en in instellingen terecht tussen tientallen andere ‘onhandelbare Toontjes’. Ondanks zijn psychiatrische problemen probeert hij maatschappelijk te presteren. Maar dat blijft lange tijd een moeizame zoektocht. Pas tientallen jaren later krijgt hij zijn complexe problemen onder de knie, niet alleen door de professionele hulp die hij krijgt, maar ook dankzij de steun van zijn vrouw met wie hij nog steeds samen is. Hij laat zich onderzoeken, volgt tal van therapieën en werkt zo stap voor stap aan zijn persoonlijk herstel.

Wat zeg je dat mooi: ‘het gewone leven inademen.’

‘Ja, ik bedoel daarmee dat ik met elke ademhaling het vertrouwen in mezelf en de mensen om me heen probeerde te herwinnen. Dat is immers van waaruit en waarvoor je leeft. Dat is een individueel proces, waarin je alleen slaagt als ook in de samenleving bereidheid is om op zoek te gaan naar herstel.’

Wat is daarvoor nodig in de samenleving?

‘Ruimte! Ruimte om met elkaar gewoon het gesprek aan te gaan, zonder allerlei gedrag dat we niet begrijpen meteen te veroordelen. Ruimte, zodat iedereen zichzelf mag en kan zijn. En ruimte zodat we elkaar weer gaan horen, zien en ondersteunen. Dat hoort zich in onze humane basishouding te nestelen.’

Wat heb je zelf gehad aan de steun van andere ervaringsdeskundigen?

‘Van zorgprofessionals die me ondersteunden, leerde ik hoe ik mijn problemen kon managen. Maar ervaringsdeskundigen voegden daar nog iets wezenlijkers aan toe: het inzicht dat je al tijdens je herstel een zinvol leven kunt opbouwen. Je hoeft niet af te wachten tot de symptomen zijn verdwenen, want dat gaat hoogstwaarschijnlijk niet gebeuren. Zo ondersteunden ervaringsdeskundigen me bij mijn persoonlijke groei en ontwikkeling, en kreeg ik meer zicht op wie ik ben. Daarbij gingen langzaam allerlei deurtjes open die ik ooit had dichtgedaan. En terwijl allerlei professionals waarschuwden ‘doe maar voorzichtig aan’, zeiden ervaringsdeskundigen juist: ‘Volgens mij zit er veel meer in jou dan er nu uitkomt, laten we daar eens naar gaan kijken.’ Dat stimuleerde enorm bij het ontdekken van mijn identiteit.’

Inmiddels heb je je eigen herstelverhaal al vaak verteld om anderen hoop te geven. Heeft dat verhaal in de afgelopen jaren andere accenten gekregen?

‘Ja. Vijf jaar geleden schreef ik een boek over mijn leven. Teruglezend zie ik dat ik nu alweer anders denk. Bijvoorbeeld over vergeven. Ik zat nog met een stuk rouw naar mijn ouders, met het verwijt dat zij niet goed hun best gedaan hadden. Nu ben ik daar milder over en zie ik hoe zij - zelf afkomstig uit grote gezinnen - gegeven hebben wat zij konden, en dat meer er niet in zat. Zo kijk ik ook naar de hulpverlening: soms willen professionals wel meer geven, maar zijn dingen zo ingewikkeld dat er voor hen ook niet meer in zit.’

Hoe omschrijf jij de kracht van SRH?

‘Bij complexe hulpvragen zijn we aangewezen op ervaringskennis, professionele kennis en wetenschappelijke kennis. Die kennisbronnen zetten we in om de ontmoeting mogelijk te maken: contact waarbij je samen kijkt naar kansen, mogelijkheden en vaardigheden, en hoe je die in wensen en dromen kunt vangen. Dat is kenmerkend aan de grondhouding van SRH. Daarin schuilt ook de kracht van het delen van herstelverhalen. Dat is versterkend voor degene die ze vertelt, want dat geeft een goed gevoel en werkt als een soort katalysator. Maar herstelverhalen faciliteren ook de ontmoeting met anderen. En leren we niet het meeste over onszelf in die ontmoeting met de ander?’

Je bent nu hoofdopleider SRH: Systematisch Rehabilitatiegericht Handelen, nu ook wel omschreven als Steunend Relationeel Handelen. Wat spreekt je daarin aan?

‘Dat is het uitgangspunt dat bij herstel alles ertoe doet. Zelfs de lamp aan het plafond, de plant in de hoek en de kleur op de muur zijn van invloed op iemands welzijn. Dat betekent dat je ook in een klinische omgeving ervoor moet zorgen dat iemand daar het gevoel heeft dat ’ie een beetje thuiskomt.’
‘Lange tijd hing herstel onder de paraplu van rehabilitatie - een geheel van prachtige methodieken om systematisch persoonlijke doelen te bereiken. Maar door toedoen van cliënten en familiebewegingen zijn herstel en herstel-ondersteunende zorg nu leidend geworden. Daarbij zetten we rehabilitatie-methodieken zoals SRH in ter ondersteuning van de soms grillige en unieke weg die ieder mens gaat in zijn of haar proces. Vooral om nieuw perspectief binnen de mogelijkheden die iemand heeft. Zo blijven mensen zelf sturend aan het roer van hun eigen leven. Alle kansen en mogelijkheden zitten immers in die ander, niet in mij. Ik ben slechts een medereiziger, die onderweg wellicht iets moois kan aanreiken. Dat beeld spreekt me erg aan.’

Wat wil je samen met je collega Jacquelin Zents bereiken?

‘Allereerst behouden wat goed is. Maar daarnaast gaan we natuurlijk ook met vernieuwing aan de slag zoals de SRH-app. Die geven we samen met licentiehouders vorm om SRH nog beter te borgen. Verder willen we inventariseren hoe nieuwe medewerkers snel, zorgvuldig en makkelijk kunnen worden ingevoegd in het SRH-gedachtegoed. Bijvoorbeeld door trainingen zoals ‘SRH met Leefstijl’ en de verdiepingsmodules met Yucel, Bemoeizorg en Autisme nog beter op de kaart te zetten.
Daarnaast hebben we nog veel meer plannen. Vanuit SRH-gedachtegoed gaan we organisatie en medewerkers gerichte ondersteuning bieden om zich dit echt eigen te kunnen maken. Omdat het hierbij gaat om duurzame veranderingen, doen we dat het liefst incompany met teams. In die teams willen we zelfs coaches trainen die later als docent kunnen worden opgeleid om SRH in hun eigen organisatie verder vorm te geven - met ondersteuning van ons op afstand. Vaak zullen zij ontdekken dat er al van alles op de plank ligt, dat zij in het kader van SRH goed kunnen inzetten. Want er past veel binnen dit basisgedachtengoed - zolang het medewerkers, cliënten en familie maar uitnodigt om meer over zichzelf en hun mogelijkheden te ontdekken. Dat is immers het kenmerk van herstelgericht werken. Zo hoop ik met Jacquelin, de docenten en de coaches het werken vanuit de SHR-gedachte weer een stap verder te brengen na alles wat mijn voorganger Dirk den Hollander voor SRH betekend heeft. En ja, dat vind ik inderdaad een hele eer, een kroon op mijn werk!’

Bekijk hier ons aanbod op het gebied van Herstel en SRH:

Ook interessant voor jou