Keuzemodules GZ K&J en GZ V&O

Binnen het GZ-curriculum volgen deelnemers in april van het tweede opleidingsjaar een keuzemodule. Zo bevordert de RINO Groep het gepersonaliseerd opleiden van haar deelnemers, rekening houdend met de al aanwezige kennis, kunde en ervaring. Alle modules staan gepland inde periode 6 tot en met 24 april 2020.

De dertien keuzemodules zijn door de werkgroep Keuzemodules en in samenspraak met hoofddocenten en docenten ontwikkeld voor de GZ-opleiding. Bij de selectie van de onderwerpen hebben de verschillende curriculumcommissies van de GZ-opleiding een beslissende stem gehad. De gekozen onderwerpen sluiten aan bij de maatschappelijke ontwikkelingen in het vak GZ-psycholoog. Daarnaast sluiten de keuzemodules aan bij het niveau en de werksetting van zowel deelnemers GZ V&O als deelnemers GZ K&J. 

Hoe werkt het?

De keuzemodules hebben een maximum aantal inschrijvingen. Daarom vragen we je om tussen 15 oktober en 29 oktober een top drie aan ons door te geven via het inschrijfformulier. Dit inschrijfformulier is vanaf 15 oktober beschikbaar op deze website.

Onze medewerkers maken op basis van de voorkeuren van alle deelnemers een definitieve indeling. Indien er meer inschrijvingen zijn dan plaatsen, vindt er een loting plaats. Uiterlijk 29 november ontvang je per e-mail bericht over je definitieve inschrijving.

Het aanbod bestaat uit de volgende dertien modules (20 groepen in totaal):

Inhoud
In bijna elke werkveld krijgen (GZ)-psychologen te maken met cliënten met een licht verstandelijke beperking. Soms is het IQ van een cliënt bekend maar veelal ook niet en merkt de behandelaar dat het traject niet opgestart wordt, niet lekker loopt en of te weinig resultaat geeft.  Mogelijkerwijs is er dan sprake van een verstandelijke beperking. Ook bij deze doelgroep is behandeling en diagnostiek heel goed mogelijk. Er kunnen goede resultaten geboekt worden, maar het behandelen van cliënten met een verstandelijke beperking vraagt een andere aanpak van start tot afronding. Door middel van een andere aanpak is het in veel gevallen niet nodig om door te verwijzen naar een gespecialiseerde behandelsetting voor de doelgroep cliënten met een verstandelijke beperking.
 
Tijdens de keuze module ‘Cliënten met een laag IQ: iedereen krijgt er mee te maken!’ wordt met de opleidelingen stil gestaan bij 3 onderwerpen die relevant zijn in de zorg en behandeling voor kinderen en jongeren met een lager IQ of een (licht) verstandelijke beperking: 

  • Het verleiden tot zorg of behandeling: Deze dag is gestoeld op de grondvesten van de bemoeizorg. Met elkaar wordt aan de hand van theorie en oefeningen gesproken over het ‘verleiden tot zorg’. Hoe doe je dat? Hoe vind je een ingang? Wat is de benodigde basishouding? Hoe motiveer je tot behandeling? Hoe maak je jezelf geliefd en bereikbaar
  • (cognitief gedragstherapeutische) behandeling bij cliënten met een licht tot matige verstandelijke beperking: Deze dag wordt aan de hand van theorie, oefeningen en filmmateriaal gekeken naar de toepassingsmogelijkheden van CGT bij mensen van alle leeftijden met een verstandelijke beperking. Er wordt onder andere gesproken over en geoefend met de benodigde aanpassingen tijdens en voorafgaand aan de behandeling, valkuilen tijdens de behandeling en het belang van een goede afronding en het belang van het betrekken van mensen uit het systeem van de cliënt.
  • Systeembehandeling: Het hebben van een ouder, kind of broer of zus met een verstandelijke beperking, is van invloed op het gehele gezin. Een beperking heb je niet alleen. Tijdens deze dag wordt aan de hand van theorie en oefeningen stil gestaan bij de invloed van een verstandelijke beperking op het gehele systeem en de rouwgevoelens die hierbij kunnen optreden. Tevens wordt gesproken over onderlinge relaties, communicatie en begrip of onbegrip voor elkaar. Tenslotte wordt gekeken naar het belang van het betrekken van het systeem bij individuele behandelingen en worden voorbeelden van kortdurende systeem interventies aangereikt die in de eigen praktijk kunnen worden toegepast.
Waarom kiezen voor deze module?
  • Bijna elke behandelaar of diagnosticus wordt in zijn werk geconfronteerd met mensen met een lager IQ of een licht verstandelijke beperking. Behandeling is goed mogelijk maar als de behandeling niet wordt aangepast, zal deze niet op gang komen, niet lekker lopen of geen resultaat geven. Dit leidt tot teleurstelling bij cliënten (die vaak al veel behandelingen hebben gehad) en mogelijk tot frustratie bij de behandelaar in kwestie. Deze keuze module geeft handvatten om deze teleurstelling en frustratie te voorkomen en ook deze groep cliënten te kunnen behandelen.
  • De module vormt een aanvulling op de lesdagen over verstandelijke beperking en sluit aan bij onderwerpen die op deze lesdagen behandeld worden. Het is niet noodzakelijk dat de betreffende lesdagen al gevolgd zijn.
  • De lesdagen worden gegeven door docenten met ruime ervaring in het werken met deze doelgroep waardoor er een scala aan praktijkvoorbeelden wordt gegeven en er ook ruimte is voor de eigen ervaringen van de opleidingen aan de hand van eigen casuïstiek.
  • De docenten worden geëvalueerd als ‘deskundig, enthousiasmerend’ en de lesdagen worden als zinvol ervaren waarbij de mix van werkvormen en de vele praktijkvoorbeelden als positief worden geëvalueerd.
Data en tijden:
7, 14 en 21 april of
9, 16 en 23 april
10.00 - 17.00 uur

Docenten:
Jeanne Demage  
Senne de Wit  
Dianne Maarleveld

Locatie:
RINO Groep, Utrecht

Inhoud
Deze keuzemodule biedt een integratief raamwerk voor interculturele diagnostiek en effectieve behandelinterventies voor vluchtelingengezinnen.

Cumulatieve stress als gevolg van traumatische ervaringen, gedwongen migratie en huidige sociale onzekerheden, vormt een verhoogd risico voor psychische problemen bij vluchtelingen. Voortdurende stress heeft schadelijke gevolgen voor de biopsychosociale ontwikkeling van het kind. Door hun eigen klachten ten gevolge van de traumatische ervaringen en bijkomende stressoren kunnen veel ouders onvoldoende emotioneel beschikbaar zijn voor hun kinderen, waar kinderen juist behoefte hebben aan bescherming, veiligheid en ondersteuning.

Een contextuele zorgvuldige diagnostiek is noodzakelijk om de problematiek in kaart te brengen en gerichte behandeldoelen te formuleren, met oog voor de culturele achtergrond, de bredere socio-politieke context en ontwikkelingsfasen. Wat zijn de voorwaarden voor effectieve traumabehandeling van een gevlucht kind en hoe integreer je die met gezinsbehandeling? Hoe versterk je de veerkracht van zowel het kind als gezin?

De eerste lesdag zal staan in het teken van individuele en relationele gevolgen van cumulatieve stress: contextuele en cultuur sensitieve diagnostiek. De tweede lesdag zal gaan over integratieve behandeling van kinderen en gezinnen. De laatste lesdag behandelt de therapeutische keuzes, knelpunten en het versterken van veerkracht.

Waarom kiezen voor deze module?
(vanuit eerdere evaluaties)

  • Hele interessante keuzemodule. Beide docenten hebben veel kennis en ervaring en gebruiken praktijkvoorbeelden. Bijzonder hoe de lessen praktisch relevant waren, terwijl weinig cursisten met vluchtelingen werkten. Het ging veel over je basishouding, communicatie, interesse en openheid.
  • Inspirerend. Veel gebruik van praktijkvoorbeelden, dat is leerzaam en geeft meer inzicht in de mogelijkheden om de kennis vorm te geven in de praktijk.
  • Mooie verdiepende cursus. Zowel op kennisgebied als vaardigheden gebied bracht het me veel. Deskundigheid en expert positie van docenten was inspirerend.
Data en tijden:
9 , 16 en 23 april
10.00 - 17.00 uur

Docenten:
Trudy Mooren
Marloes de Kok

Locatie:
Engels Conference & Meeting Centre, Rotterdam


Inhoud
Van gedragswetenschappers wordt in de huidige praktijk toenemend verwacht dat zij naast deskundigheid op het gebied van diagnostiek, behandeling en beleid ook vaardig zijn in samenwerken en het aansturen en begeleiden van teams.
In de huidige context van (jeugd) zorg binnen netwerkorganisaties betreft dat vaak teams bestaande uit professionals die afkomstig zijn van verschillende organisaties (zoals bijvoorbeeld sociale wijkteams) en van verschillende disciplines. Dit geeft een heel eigen dynamiek die tot, al dan niet complexe, begeleidingsvraagstukken leidt. Weinig opleidingen bereiden gedragswetenschappers hierop voor.

Deze keuzemodule gaat over het omgaan met verschillen binnen teams, zelfsturing, houding en attitude en geeft antwoord op de vraag: Wie ben je als professional in welke situatie?

Waarom kiezen voor deze module?
(vanuit eerdere evaluaties)

  • Het geeft persoonlijke verdieping, stof tot nadenken en stimuleert om te kijken naar je eigen identiteit. Het gaat bij dit vak om thema's die er echt toe doen, los van werkveld en boeiend voor iedereen.
  • Zelf werk ik veel met teams. Ik doe de inhoudelijke aansturing van teams met pedagogisch medewerkers. Dit onderdeel sloot daar perfect bij aan. Ik heb er heel, heel veel van geleerd, en ook gelijk kunnen toepassen in de praktijk. Een heel aantal onderdelen vond ik heel bruikbaar voor mijn persoonlijke en professionele ontwikkeling zoals je dominante leiderschapsstijl, de teamanalyse, conflicthantering, omgaan met weerstand, onderhandelen.
  • Een frisse blik op mijn persoonlijke ontwikkelproces als/naar de rol van GZ-psycholoog. Een onderdeel dat een andere insteek biedt dan de meeste lesdagen tot nu toe en die prikkelen tot verder nadenken op een heel ander niveau. Deze cursus zou een waardevolle aanvulling zijn op het curriculum. De inspirerende docent draagt hier extra aan bij.
  • Juist doordat het overstijgend gaat over je beroepsidentiteit; wie ben je straks als GZ-psycholoog/ Orthopedagoog Generalist. Het is erg onderscheidend van de andere vakken en verfrissend. Een gemis voor alle collega-opleidelingen die dit blok niet hebben gehad juist omdat het een keer niet over vergaren van inhoudelijke kennis gaat maar het inzetten van je kwaliteiten als GZ-psycholoog/ Orthopedagoog Generalist.
Data en tijden:
7, 14 en 21 april
10.00 - 17.00 uur

Docent:
Resie Bessems

Locatie:
RINO Groep, Utrecht

Inhoud
Zoals elke professional in de zorg krijgt de GZ-psycholoog te maken met cliënten waarbij sprake is van (een ernstig vermoeden van) kindermishandeling, ouderenmishandeling, partnergeweld en/of seksueel grensoverschrijdend gedrag. In dat geval gelden de verplichte stappen van de nieuwe Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, waarin per 1-1-2019 een afwegingskader voor de GZ-psycholoog is opgenomen. Elke van deze stappen kan vragen om de inbreng en de deskundigheid van de GZ-psycholoog (ongeacht zijn of haar plaats in de keten) bij het taxeren van acute of structurele onveiligheid, het bespreken daarvan met cliënt en collega, het samenwerken (advies vragen, afstemmen, melden) met Veilig Thuis, en het bieden van zorg op maat. Deze keuzemodule biedt hiervoor de kernvaardigheden.
 
De module is gebaseerd op het landelijk en regionaal breed gedragen visiedocument ‘Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risicogestuurde zorg’ (2016) van Vogtländer en van Arum, dat een kader en een methodiek (de TOP-3 methodiek) biedt voor multidisciplinaire en multi-sectorale samenwerking bij een gefaseerde aanpak van geweld, verwaarlozing en misbruik in huiselijke kring. Dit kader en de methodiek voorzien in een gemeenschappelijke taal die helpt bij de communicatie van professionele ketenpartners onderling en met gezinsleden, hetgeen een voorwaarde is voor effectieve samenwerking.
 
De eerste dag wordt de methodiek van het visiedocument toegelicht aan de hand van een casus. Er wordt geoefend met signaleren en taxeren van gevaar en onveiligheid op basis van feiten en hoe onveilige situaties te onderscheiden van risicofactoren.  Daarnaast wordt geoefend met het prioriteren van de onveilige situaties en/of de risicofactoren als belangrijkste onderdeel van de methodiek om een plan van aanpak op te stellen gericht op de directe veiligheid of voor de risicogestuurde zorg. Omdat de individuele professional, ongeacht zijn of haar achtergrond of ervaring, slechts voor een deel zicht heeft op de feitelijke onveiligheid oefenen we met overleggen met collega’s en met Veilig Thuis. Hierbij maken we gebruik van de werkwijze van het Triage-instrument van Veilig Thuis. Het doel van het overleg is om tot afspraken te komen over wat er nodig is om een ‘6 voor de directe veiligheid’ te realiseren en hoe daarin samengewerkt kan worden.
 
De tweede dag ga je aan de slag met het toepassen van de theorie op een casus uit eigen praktijk. Je volgt hierbij de vernieuwde meldcode met het afwegingskader van jouw beroepsgroep. Met behulp van het TOP-3 veiligheidsplan prioriteert je de onveilige situaties of de risicofactoren.
 
De derde dag wordt op basis van de gemaakte opdracht geoefend met een format voor intercollegiale coaching en intervisie. Welke helpende vragen kan je inzetten in de samenwerking met een collega rond je cliënt(systeem). In de middag oefenen we hoe om te gaan met de dilemma’s die hierbij naar voren komen.
 
Het maatschappelijk belang van de module en de noodzaak van samenwerking bij de aanpak van geweld, verwaarlozing en misbruik in afhankelijkheidsrelaties zijn evident. Jaarlijks zijn naar schatting 119.000 kinderen, 197.000 vrouwen en een aanzienlijk aantal mannen slachtoffer van mishandeling in huiselijke kring. Bij calamiteiten concludeert de Inspectie Samenwerkend Toezicht Jeugd steeds dat het ontbrak aan doelgerichte professionele samenwerking.

Waarom kiezen voor deze module?
(vanuit eerdere evaluaties)

  • De dagen werden keer op keer inhoudelijk leuker. Goede aanpak wb opbouw, stappen doorlopen. Veel oefenen, veel materiaal wat praktisch bruikbaar is. Enorm belangrijk onderwerp.  
  • Zeer waardevol voor het leerproces en voor de toepassing in de dagelijkse praktijk. Het vak zet aan tot veranderingen op de werkvloer, reflectie op je handelen en verder leren. De werkvormen bestaand uit plenaire bespreking, rollenspel of oefenen in kleine groepen en vervolgens terugkoppeling in de grote groep vind ik zeer prettig en leerzaam. De rollenspelen en oefeningen waren duidelijk en concreet opgezet, zodat het drempelverlagend is om deze actief uit te voeren.

Data en tijden:
7, 14 en 21 april
10.00 - 17.00 uur

Docenten:
Sander van Arum

Locatie:
RINO Groep, Utrecht

Inhoud
Patiënten die de ggz binnen komen krijgen niet alleen te maken met specifieke behandelvormen (exposure, gedragsactivatie, ervaringsgerichte oefeningen, uitdagen van disfunctionele overtuigingen, etc.) die moeten helpen om hun klachten en problemen te verminderen. Ze krijgen ook te maken met specifieke hulpverleners die deze behandelvormen op hen toepassen. Die behandelvormen hebben altijd ook een belastende component: patiënten worden uitgenodigd om naar schaamtevolle kwetsbaarheden van zichzelf te kijken, om verkeerde gewoonten die houvast boden los te laten, om onaangename risico’s te nemen, etc. Specifieke persoonskenmerken en gedragingen van de hulpverlener (leeftijd, geslacht, opleidings- en opvoedingsachtergrond, ervaringsjaren, mens- en wereldbeeld, religieuze, culturele, etnische afkomst, omgangsstijl etc.) beïnvloeden de manier waarop specifieke behandelvormen door patiënten worden ontvangen.
​​​​​​​
Hulpverleners proberen meestal om op menselijk vlak zo goed mogelijk bij de patiënt aan te sluiten. Dat is immers de beste manier om het vertrouwen van de patiënt in de aangeboden behandelvorm te winnen en om de samenwerking van de patiënt op het gebied van behandeltaken en behandeldoelen zo goed mogelijk te garanderen. De mate waarin de hulpverlener de aansluiting weet te maken wordt vaak gezien als bepalend voor de kwaliteit van de behandelrelatie.

Behandelrelaties zijn niet alleen voorwaardenscheppend om de eigenlijke behandelvormen hun werk te kunnen laten doen. Het therapeutisch hanteren van de behandelrelatie gaat een wezenlijke stap verder dan dat: de communicatievormen en -patronen tussen patiënt en hulpverlener zoals die zich tijdens hun  behandelcontacten vaak verhuld (“voelbaar, maar moeilijk tastbaar”) voordoen zijn hier het speerpunt van de behandeling. Het doel van deze manier van therapeutisch werken is om (1) patiënten meer zicht te geven op de onbedoelde en ongewenste effecten van hun aangeleerde, disfunctionele gewoonten om zich met anderen te verbinden, alsmede (2) om hen te helpen meer functionele gedragsalternatieven te ontwikkelen. De hulpverlener gebruikt zichzelf (eigen gevoelens, gedachten, fantasieën, actietendenties) daarbij als diagnostisch en therapeutisch instrument. Het uitspreken van hoe de communicatie van de patiënt over komt (meta-communicatie) is een belangrijke therapeutische interventie, evenals de exploratie van wat het doen en laten van de hulpverlener bij de patiënt aan gevoelens, gedachten, fantasieën en actietendenties teweeg brengt. Deze manier van werken is vooral aangewezen bij patiënten(groepen) die de spreekwoordelijke ‘uitdaging’ vormen voor hulpverleners binnen de ggz.

In deze module leren cursisten zichzelf als (a) diagnostisch en therapeutisch instrument in te zetten en leren zij (b) behandeltaken en behandeldoelen “uit te onderhandelen” met de patiënt. Het zichzelf leren gebruiken als diagnostisch instrument wordt ondersteund door eenvoudige zelfbeoordelingsschalen voor hulpverleners, waarmee cursisten in deze module vertrouwd worden gemaakt. De module is sterk praktijkgericht. Cursisten wordt gevraagd om eigen lastige casuïstiek (moeilijk lopende behandelingen) in te brengen. In een veilig leerklimaat wordt met behulp van rollenspeloefeningen geprobeerd zicht te krijgen op wat er stroef of vast loopt in de communicatie, en hoe dat mogelijk anders kan.


Data en tijden:
6, 14 en 20 april of
8, 15 en 22 april
10.00 - 17.00 uur

Docenten:
Anton Hafkenscheid
Guido Machielsen

Locatie:
RINO Groep, Utrecht

Inhoud
Uit onderzoek is gebleken dat mensen die geluk belangrijk vinden en het expliciet proberen na te streven, dat juist moeilijker bereiken en zich eenzamer voelen dan mensen die dit niet doen.

Geluk wordt hierbij gezien als de aanwezigheid van positieve en de afwezigheid van negatieve emoties.
In de huidige hulpverlening wordt - impliciet - nog altijd uitgegaan van dit geluks-uitgangspunt. De huidige behandelprotocollen bevatten veel technieken gericht op het afkomen van klachten als angst en depressie. Hoewel ze zeker kunnen helpen, helpen ze niet iedereen en vallen mensen vaak terug.

De laatste jaren is in de gedragstherapie ook een verrassend ander perspectief op geestelijke gezondheid en geluk ontwikkeld wat uitgaat van de veronderstelling dat psychologische pijn een onlosmakelijk deel van het menselijk bestaan is en een eigen plek verdient.

In Acceptance and Commitment Therapy is het ruimte maken voor ongemakkelijke emoties en de strijd hiertegen staken, een belangrijke voorwaarde voor het daarna opnieuw kunnen kiezen voor activiteiten die er werkelijk toe doen.
In de cursus ACT zult u zelf ondervinden dat dit ‘ruimte maken’ iets geheel anders is en veel meer omvat dan het simpele advies ‘het accepteren’, aangezien accepteren niet iets is wat u kunt ‘doen’. En toch is het een vaardigheid die geleerd kan worden.

Doel
In deze cursus is het allereerst de bedoeling om de 6 verschillende kernprocessen van ACT zèlf te ervaren door middel van experiëntiële oefeningen, verhalen, metaforen en paradoxen.
Deelnemers worden aangemoedigd op zoek te gaan naar nieuwe ervaringen die iets buiten de eigen comfort-zone liggen. Dit is belangrijk omdat ACT niet zozeer in eerste instantie een beroep doet op ‘begrijpen’ en ‘technische therapeutische vaardigheden’, maar meer een andere manier van in het leven staan is die nieuwe perspectieven opent. Vanuit deze eigen ervaring kunnen de processen beter overgedragen worden aan cliënten.

Data en tijden:
9, 16 en 23 april of
10, 17 en 23 april of
10, 17 en 24 april
10.00 - 17.00 uur

Docenten:
Paul Korsten
Gert-Jan Prosman
Marjolein Vleugel

Locatie:
RINO Groep, Utrecht

Inhoud
Crisisinterventie is de veiligheidspin van de GGZ; zonder goede acute zorg en crisisinterventie is adequate behandeling onmogelijk.  Diagnostiek en behandeling van suïcidale crises is er een belangrijk onderdeel van.

In de lessen zal het accent liggen op een verdieping van kennis en verwerven van vaardigheden in acute interventies gericht op suïcidaliteit, agressie en acute psychosen (‘verwarde mensen’). Je leert kritisch te kijken naar de praktijk van de spoedeisende psychiatrie. Omdat het letterlijk om leven of dood gaat, heeft suïcidepreventie hierbij de meeste aandacht.

Data en tijden:
8, 15 en 22 april
Dag 1 : 09.30-17:30 uur
Dag 2 : 09.30-17:30 uur
Dag 3 : 09.30-12:30 uur

Docenten:
Bert van Luyn 
Steven Radstake

Locatie:
RINO Groep, Utrecht

Inhoud
Inleiding in de diagnostiek, indicatiestelling en behandeling van kinderen, jongeren en volwassenen met genderdysforie.

De afgelopen jaren is de aandacht voor mensen die worstelen met genderidentiteitsproblemen sterk toegenomen. Niet alleen is daarmee het aantal personen dat medische hulp zoekt voor een genderbevestigende behandeling zeer fors gestegen, ook in het bredere veld van GGZ melden zich steeds meer mensen voor hulp. Deze sociaal-maatschappelijke verandering en de toegenomen genderdiversiteit en het thema transgender vragen dus ook van de aankomende GZ-Psycholoog om kennis en technieken hoe met deze groep hulpvragers om te gaan.
 
Deze cursus biedt een brede theoretische basis op het gebied van diagnostiek, indicatiestelling en behandeling bij personen met genderdysforie en de klinische uitdagingen daarbinnen. De cursist wordt uitgedaagd aandacht te geven aan genderdiversiteit en seksualiteit binnen de GGZ en reflecteert op diens waardevolle bijdrage aan transgenderzorgverlening als GGZ professional. De cursus heeft een sterk interactief karakter en maakt zowel gebruik van professionele deskundigheid als ervaringsdeskundigheid om kennis te vergroten. 

De eerste lesdag geeft een breed overzicht van het genderspectrum, ontwikkelingspaden en visies over etiologie van genderdysforie. De cursist krijgt zicht op veel voorkomende comorbiditeit en klinische uitdagingen binnen de transgenderzorg aan kinderen, jongeren en volwassenen.

Tijdens de tweede lesdag krijgt de cursist een introductie in de medische genderbevestigende behandelmogelijkheden. Daarnaast wordt het thema seksualiteit bij genderdysforie uitgebreid behandeld. Seksuologische problematiek, invloed van medische genderbevestigende behandeling op seksualiteit en het bespreekbaar maken van seksualiteit en genderdiversiteit in de spreekkamer van de psycholoog staan centraal.
​​​​​​​
De derde lesdag staat in het teken van personaliseren van de opgedane kennis. Cursisten kunnen eigen casuïstiek inbrengen en de docenten worden ondersteund door ervaringsdeskundigen die opgedane ervaringen met de cursusgroep delen en participeren in verschillende oefeningen.

Data en tijden:
7, 14 en 21 april of
8, 15 en 22 april
10.00 - 17.00 uur

Docenten:
Thomas Steensma
Annelijn Wensing-Kruger


Locatie:
Engels Conference & Meeting Centre, Rotterdam

Inhoud
Jongeren met ernstige gedragsproblemen zijn zeer moeilijk te behandelen. De evidentie is dat met gezinsgerichte interventies zoals met RGT (relationele gezinstherapie), MST en MDFT het meeste effect behaald kan worden. Ook CGT kan effectief zijn maar het is zo moeilijk deze jongeren te motiveren om in behandeling te komen en te blijven. Outreachende zorg geeft dan de meeste kans, zeker ook als het systeem erbij betrokken wordt. Juist ouders, familie en omgeving (school) kunnen deze jongeren uiteindelijk beïnvloeden en positieve veranderingen bestendigen. Toch kiezen veel behandelaren ervoor om individueel te starten omdat dit het ' makkelijkst' of het 'veiligst' voelt. Het is spannend en eist veel van je om een gezin binnen te stappen waar zich veel conflicten afspelen, waar je de taal niet/beperkt van spreekt en de cultuur vaak zo anders is dan waar jij vandaan komt. Hoe introduceer je jezelf, wie adresseer je als eerste en waarom, wat zijn de eerste zaken die je bespreekt? Hoe ga je om met beschuldigingen naar eerdere 'foute' zorg, als ze jou klemzetten met eisen of boos op je worden? 

De drie dagen zullen ingaan op de meest voorkomende patronen in deze gezinnen, hoe je directief kan zijn zonder te beschuldigen, een werkrelatie kan opbouwen waardoor alle gezinsleden zich gehoord/begrepen kunnen voelen en samen met hen een thema kan bouwen over wat er met het gezin aan de hand is en waar de gedragsveranderingen logisch uit volgen.

De methodiek komt vooral voort uit de systeemtheorie en CGT. Mirjam en Erik zijn vooral opgeleid in RGT, maar zullen ook de interventies MST en MDFT bespreken.

Naast veel informatie en filmpjes zal er vooral geoefend worden, juist omdat systeeminterventies veel van je vragen op veel niveaus. Ook het non-verbale aspect van de werkrelatie zal met de cursisten besproken worden omdat cliënten juist in deze spannende gesprekken eerder op de non-verbale communicatie letten.

Data en tijden:
8, 15 en 22 april
10.00 - 17.00 uur

Docenten:
Mirjam Heinemans
Erik Jongman


Locatie:
RINO Groep, Utrecht

Inhoud

Wil jij je verder ontwikkelen op het gebiedvan verslavingen en stoornissen door het gebruik van middelen? Schrijf je dan in voor deze keuzemodule.

Verslavingen en stoornissen door het gebruik van middelen zijn frequent voorkomende aandoeningen binnen het werk in de verslavingszorg, forensische zorg en GGZ. De GZ-psycholoog dient op de hoogte te zijn wat het fenomeen verslaving inhoudt en hoe deze verschillende stoornissen te signaleren, identificeren en te behandelen. Hiertoe wordt een aanzet gegeven waarbij de patiënt alsmede de familie centraal staan.

Dag 1: Overzicht van evidence based verslavingsbehandelingen (oefenen met ervaringsdeskundige)

  • Inleiding
  • Doelen van de behandeling: abstinentie, reductie harm-reductie
  • Oefenen met diagnostiek en specifieke procedures gericht op de aanpak van verslaving: CRA en CM
Dag 2: CGT, vaardigheidsblokken en motiverende gespreksvoering

Dag 3: Speciale populaties: Dak- en thuislozen, FACT, jeugd, ongemotiveerde groepen
  • Wat te doen bij stagnerende behandelingen en hoe contact te houden met de patiënt
  • Een intro in de aanpak van jeugd
  • Introductie in de CRAFT benadering (Video) + inleiding: een effectieve hulpbron voor familieleden.
Data en tijden:
Maandag 6, vrijdag 17 en donderdag 23 april 
10.00 - 17.00 uur

Docent:
Hendrik Roozen

Locatie:
Engels Conference & Meeting Centre, Rotterdam

Inhoud
In deze drie dagen ga je de diepte in omtrent psychose. Onderwerpen zijn: gespreksvoering bij mensen zonder ziekte-inzicht; gezinsgesprekken; traumaverwerkingstechnieken; modulaire CGT bij meervoudige co-morbiditeit; en meer. Wil jij beter worden in psychosezorg? En dan niet alleen theoretisch, maar zoals die er echt in de praktijk aan toegaat? Schrijf je in!
 
Dag 1 gaat volledig over het behandelcontact en het zoeken van de ‘haakjes’ om behandeling op gang te krijgen. Hoe praat je met iemand in een psychose? Hoe werkt dat als er helemaal geen ziekte-inzicht is? Hoe betrek je familieleden en voer je het gesprek met een gezin waarbinnen iemand psychotisch is? Vaak is er bij iedereen wel lijdensdruk, maar de ideeën over wat er moet gebeuren lopen uiteen. Docent Jolanda Batist heeft meer dan 10 jaar ervaring in dit werk, waarbij ze zich o.a. gespecialiseerd heeft in het contact maken en in gezinsgesprekken.

Op dag 2 wordt in de ochtend nader stilgestaan bij behandeling van cluster A persoonlijkheidsproblematiek, alsook psychose symptomen bij persoonlijkheidsproblemen in het algemeen. De middag staat in het teken van schematherapie- en traumagerichte technieken direct op psychose symptomen gericht. Docent Tineke van der Linden heeft naast behandelervaring op gebied van (combinaties van) psychose, PTSS en persoonlijkheids-problematiek ook eerder onderzoek gedaan naar EMDR gericht op stemmen. Ze promoveert nu op de 2e grote Nederlandse studie naar behandeling van trauma en psychose. Ook draait ze projecten op gebied van psychose symptomen bij persoonlijkheidsproblematiek.

Op dag 3 ga je aan de slag met een eigen casus, liefst met psychose en meervoudige co-morbiditeit. Hoe begrijp je de klachten en stoornissen in onderlinge samenhang? Hoe begrijp je eventuele psychose symptomen bij dwang, angst, depressie, etc.? Daarna gaat het om de behandeling en keuzes daarin. Eén model richt zich op hoe je het met elkaar geïntegreerd aanpakt, een tweede model doet het modulair: modulaire CGT. Dit laatste lijkt met name zinvol voor cliënten met veelvuldige problemen, en waarbij een therapie van meer dan 20 sessies met lange termijn doelen vaak wordt doorkruist door afhaken, afleiding of crisis. Docent Hanneke Schuurmans heeft ruim 15 jaar ervaring met diagnostiek en behandeling van cliënten met psychose en EPA, in verschillende settings en met een diversiteit aan co-morbiditeit.

Data en tijden:
8, 15 en 22 april of
10, 17 en 24 april
10.00 - 17.00 uur

Docenten:
Jolanda Batist
Tineke van de Linden
Hanneke Schuurmans

Locatie:
RINO Groep, Utrecht

Inhoud

Wel eens nagedacht om je te specialiseren als klinisch neuropsycholoog? In deze keuzemodule krijg je in drie dagen een mooi overzicht van het werkveld en de werkzaamheden van de klinisch neuropsycholoog. Van specialistische diagnostiek tot behandeling na hersenschade of hersenziekte. Diverse docenten die werkzaam zijn binnen verschillende settings geven een masterclass over hun expertise-gebied. Aan het eind van de module heb je meer zicht op werken als ‘klinisch neuropsycholoog’. 

Woensdag 8 april
Dr Esther vd Berg & Dr Lize Jiskoot
Over specialistische diagnostiek en begeleiding bij frontotemporaal dementie, en neuropsychologische diagnostiek bij migranten.

Woensdag 15 april
Dr Irene Huenges Wajer over neuropsychologische revalidatie
Dr Carla Ruis over wakkere hersenchirurgie:
Tijdens wakkere hersenchirurgie wordt gezocht naar een balans tussen een maximale resectie van een laesie maar ook behoud van cognitieve functies. De klinisch neuropsycholoog speelt een belangrijke rol bij dit proces. De rol van de KNP-er is tweeledig; cognitieve monitoring enerzijds, maar anderzijds ook psychologische ondersteuning van de patiënt bij deze ingrijpende gebeurtenis. Elke patiënt en elke operatie is uniek en dit vraagt om hoog specialistisch werk op het gebied van de neuropsychologie.

Woendag 22 april
Inhoud volgt z.s.m.

Data en tijden: 
8, 15 en 22 april
10.00 - 17.00 uur

Docenten:
Dr Esther vd Berg
Dr Lize Jiskoot
Dr Irene Huenges Wajer
Dr Carla Ruis

Locatie:
Utrecht, RINO Groep


Inhoud
Benieuwd hoe de wetenschappelijke kijk op autisme in de loop der tijd is veranderd? Wil je meer weten over autisme bij vrouwen? Ben je benieuwd hoe je autisme helder kunt uitleggen? Wil je weten hoe je iemand die weinig initiatief neemt, in de actie krijgt? Schrijf je dan in voor de keuzemodule autisme, waarin je op de hoogte wordt gebracht van de nieuwste inzichten, zowel op gebied van diagnostiek als behandeling over de gehele levensloop.

Data en tijden:
7, 14 en 20 april of
9, 16 en 24 april
10.00 - 17.00 uur

Docenten:
Audrey Mol
Hetty Joustra

Locatie:
RINO Groep, Utrecht

 

Wil je meer informatie over de keuzemodules?