interview
18 maart 2019

'Het geheim van virtual reality is juist de combinatie dat het echt is én niet echt'

Wim Veling is psychiater en adjunct hoogleraar psychiatrie, werkzaam in het UMCG in Groningen, waar hij hoofd is van de afdeling psychosen. Als een van de eersten in Nederland deed Veling onderzoek naar het gebruik van virtual reality (VR) in de behandeling van mensen met een psychose. In dit interview vertelt Veling over de toegevoegde waarde die VR deze doelgroep tijdens de behandeling kan bieden. Wil je hier meer over weten? Kom dan naar de Masterclass Virtual Reality en CGT op 13 april. Daar zal Veling uitgebreid ingaan op het gebruik van VR in de diagnostiek en behandeling van psychische problemen.

Wim Veling

Hoe ben je in aanraking gekomen met VR als behandelmethode?

‘Sinds 2010 ben ik met VR bezig. Ik deed eerder promotieonderzoek naar het verhoogde risico op psychosen bij etnische minderheden in Nederland. Dat leek te worden verklaard door de dagelijkse sociale omgeving waarin mensen leven. Daarom ging ik op zoek naar manieren om sociale omgevingen beter te kunnen onderzoeken. In het echt is dat heel lastig, waardoor je als onderzoeker afhankelijk bent van verhalen van de mensen zelf. Met VR kun je die sociale omgeving nabouwen en écht de invloed daarvan op de mensen analyseren. Tien jaar terug was dat nog heel nieuw: zeker in de behandeling van psychosen was er met VR toen nog nooit iets gedaan.’


Hoe ziet zo een virtuele wereld eruit?

‘Voor ons onderzoek hebben we een virtueel café gecreëerd. Dat is een sociale omgeving, waarin je veel andere mensen kunt tegenkomen. Mensen die je niet per se kent, maar waar je wel een tijdje mee samen moet zijn, zodat je wordt blootgesteld aan sociale interacties. We konden zelf bepalen hoeveel mensen we in het café zetten. We konden de etniciteit bepalen, oftewel de huidskleur aanpassen. En we konden de gezichtsuitdrukking van de virtuele personen sturen; van heel boos tot neutraal tot heel blij. Met deze variabelen deden we virtuele experimentjes om de sociale stress te variëren. En om vervolgens met behulp van vragenlijsten te kijken hoe achterdochtig cliënten daarvan werden.’

Heb je moeten wennen aan de technologische toepassing in het contact met cliënten?

‘Toen ik met VR in contact kwam, zag ik direct de mogelijkheden ervan. Vervolgens bleek tijdens het onderzoek dat de mensen allerlei gedachten hadden over de virtuele wereld waarin zij zich bevonden. Mensen weten wel dat het nep is. Maar de virtuele wereld roept alsnog genoeg gedachten en emoties op. Daardoor ontdekten we dat je VR ook heel goed in de behandeling kunt gebruiken en was ik nog meer overtuigd van de toegevoegde waarde van VR.’


Ben je zelf nooit bang geweest om het contact met de cliënt te verliezen?

‘Het contact wordt anders en de intensiteit van de behandeling neemt zelfs toe. Je ziet dat zowel patiënten als therapeuten meer durven zeggen en doen dan zonder VR-bril. Daardoor kunnen beiden meer uit de behandeling halen. Aan de andere kant is het wel zo dat er altijd een avatar (virtueel karakter) tussen de behandelaar en de cliënt staat. Als behandelaar bedien je die avatar, maar die ben je niet. Je staat als behandelaar daardoor wel iets verder van je cliënt af en voor sommigen is dat wennen.’

VR kan gebruikt worden bij diagnostiek en behandeling van psychische problemen, kun je daar een voorbeeld van geven?

‘Het geheim van VR is juist de combinatie van dat het echt is én niet echt is. In het echte leven moeten mensen ook geregeld oefenen in situaties. Alleen is voor mensen die heel achterdochtig of bang zijn de drempel om dat te doen vaak heel hoog, omdat het voor hen om een levensbedreigende angstervaring kan gaan. Juist omdat je weet dat het nep is, verlaagt het de drempel om in behandeling te gaan.’

‘Wat de diagnostiek betreft staat de toepassing van VR nog in de kinderschoenen. De belofte heeft het wel, omdat je allerlei gedachten en emoties kunt oproepen. Nu wordt diagnostiek heel veel met interviews en vragenlijsten gedaan, dat heeft iets achterafs en indirects. Met VR kun je reacties oproepen, die je direct en objectief kunt meten. In de toekomst kunnen gestandaardiseerde virtuele omgevingen helpen om bijvoorbeeld te meten hoe paranoïde mensen zijn.'

We kunnen al zoveel, waarom is VR nu nog geen formeel diagnostisch instrument?

‘We zien nog steeds dat VR in Nederland slechts op kleine schaal wordt gebruikt. In relatie tot diagnostiek is dit middel wetenschappelijk nog niet goed onderzocht. Hierdoor hebben we nog maar weinig inzicht in de waarde ervan. We zijn hier overigens wel mee bezig. Bijvoorbeeld in een project over sociale cognitie, waar VR als meetmethode wordt ingezet om te bepalen in hoeverre iemand emoties en gezichten van anderen kan inschatten. Hiervoor zijn we nu een formeel diagnostische test aan het valideren.’


Er zijn heel veel keuzes te maken in de behandeling van psychosen en in een behandelkamer is het soms lastig kiezen wanneer je wat moet doen. Wanneer kies je voor VR en wanneer niet?

‘Als wij een indicatie zien voor cognitieve gedragstherapie bij een psycholoog, is VR nadrukkelijk een optie. Dat raad ik andere therapeuten ook aan. Zeker als je merkt dat voor mensen de drempel in het echt te hoog is om dingen te proberen. Of als je niet echt grip krijgt op de oorzaken van waarom iemand vastloopt.'
​​​​​​​

Je zegt, om beter begrip te krijgen van psychologische en sociale mechanismen kan VR ingezet worden. Wanneer lukt dit beter met VR dan met andere methoden?

‘Veel mensen met angsten vermijden bepaalde situaties of gaan de uitdaging wel aan, maar met heel veel angst en spanning. Als je dit wilt onderzoeken, geven vragenlijsten soms een vertekend beeld. VR geeft rijkere en objectievere informatie. VR stelt ons bijvoorbeeld in staat om oogbewegingen te volgen. Het is ons bijvoorbeeld opgevallen dat sommige mensen die behandeld werden met VR andere mensen in de virtuele wereld niet aankijken. Dat is een bevinding die wij zonder VR moeilijk(er) hadden kunnen vaststellen, maar waardoor wij wel beter begrijpen waarom bepaalde spanningen kunnen oplopen. Met behulp van dit inzicht kun je vervolgens een betere behandeling starten, waarin je gericht het vermijden van oogcontact kunt aanpakken.’
​​​​​​​

Dat klinkt alsof VR altijd van toegevoegde waarde is…

‘Ja, heel vaak is dat wel zo. Voor alle problemen met sociale interactie of met hoe iemand zich verhoudt tot anderen, kun je VR-toepassingen bedenken. Dat zie je in de praktijk ook gebeuren: er ontstaat een steeds grotere waaier van toepassingen die we aan het testen zijn.’

Masterclass Virtual Reality en CGT - 13 april 2019

​​​​​​​











​​​​​​​