interview
28 september 2018

Werkbegeleiding: een 'vak apart'!

Hoe maak je een succes van het in de praktijk begeleiden van deelnemers aan de BIG-opleiding? Hoe help je hen met het ontwikkelen van professionele vaardigheden en de bijbehorende attitude? ‘Het is hoog tijd voor gezamenlijke en professionele reflectie op werkbegeleiding’, vinden RINO Groep-opleiders José van Reijen en Ruud Beunderman. Want waar begin je eigenlijk aan wanneer je als werkbegeleider samen met een beginnende behandelaar een leertraject ingaat?

José van Reijen en Ruud Beunderman
Ruud Beunderman en José van Reijen

Werkbegeleiders vervullen een centrale rol in het leerproces van -soms net afgestudeerde maar soms ook zeer ervaren- psychologen die een BIG-opleiding volgen en kennismaken met de praktijk. De manier waarop werkbegeleiders deze rol invullen, verschilt echter nogal. Voor sommigen staat in de begeleiding het controleren en corrigeren voorop. Anderen zijn vooral bezig met voordoen en voorschrijven. En nog weer anderen bieden hun deelnemers alle ruimte om vooral zelf van alles uit te vinden, vanuit het vertrouwen dat zij op tijd aan de bel zullen trekken wanneer dat nodig is.
Die individuele accenten zijn groot, merken klinisch psycholoog José van Reijen en psychotherapeut en praktijkopleider Ruud Beunderman in gesprek met werkbegeleiders. Zo groot zelfs, dat het volgens hen tijd wordt voor meer professionele consensus over de aard en invulling van werkbegeleiding.

Klankbord en aanspreekpunt


Zelf zijn zij twee doorgewinterde senioren, die met plezier de ‘kneepjes van hun vak’ overdragen bij de RINO Groep. José van Reijen en Ruud Beunderman doceren, denken en schrijven al jaren over supervisie en werkbegeleiding.
‘De supervisor volgt van een zekere afstand het proces dat beginnende zorgverleners doormaken zodra zij hun kennis voor het eerst in de praktijk brengen’, legt Ruud uit. ‘Maar de werkbegeleider zit heel dicht bij dat proces. Dag in, dag uit en gedurende de hele opleiding zijn werkbegeleiders op de werkvloer het eerste aanspreekpunt waar deelnemers terecht kunnen met al hun vragen, emoties en onzekerheden.’
‘Zo fungeren werkbegeleiders als klankbord’, vult José aan. ‘Zij kijken mee, spiegelen wat ze zien en wat ze opvalt. En ze geven gericht feedback, zodat de deelnemer zich de beschreven vaardigheden en competenties kan eigen maken en het vak leert met alle finesses die daarbij horen.’

Ondergeschoven kindje



Naar supervisie is veel onderzoek gedaan en hierover is veel gepubliceerd. Werkbegeleiding is heel belangrijk in de opleiding en er is nog onvoldoende aandacht besteed aan hoe dit zou moeten gebeuren. Werkbegeleiding is een beetje een ondergeschoven kindje. Toch valt er best veel over te zeggen.
José: ‘Voor iedereen is duidelijk dat de werkbegeleider in juridische zin tuchtrechtelijk eindverantwoordelijkheid draagt voor de kwaliteit van de behandeling die de deelnemer uitvoert. De werkbegeleiding staat ten dienste van de uitvoering van goede behandeling en diagnostiek ten bate van de cliënt. De werkbegeleider staat model als beoefenaar van het vak. En ook beseffen werkbegeleiders dat zij er verantwoordelijk voor zijn dat de deelnemer op de werkplek voldoende kan leren. Maar welke implicaties dat heeft voor de manier waarop de werkbegeleider het leren van de beginnende zorgverlener bevordert, is nog niet goed doordacht en beschreven. Hoe sluit je bijvoorbeeld goed aan bij het niveau van elke deelnemer? Dat klinkt eenvoudig, maar blijkt in de praktijk heel ingewikkeld te zijn omdat het werk zoveel verschillende aspecten kent: van het durven aangeven van grenzen tijdens een teamvergadering, tot het maken van heldere verslagen in het dossier.’ En van het omgaan met gevoelens die het werken met cliënten bij je oproept tot het begrijpen van een probleemsamenhang en hiermee kunnen werken.

Leren fietsen


Dit voorjaar voerden beide opleiders een pilot uit bij GGz Centraal, waarbij een groep van 14 werkbegeleiders voor het eerst werd getraind in deze functie. Tijdens die dag stond het thema ‘leren’ centraal - en niet toevallig werd daarbij steeds weer de metafoor van het leren fietsen gebruikt, vertelt Ruud terugkijkend.
‘Eerst het jonge fietsertje nog vasthouden en een beetje duwen. Dan meehollen en langzaam maar zeker loslaten… En vervolgens - eenmaal samen fietsend - instrueren: links, rechts, verkeersregels, verkeersborden etc., waarschuwen en wijzen op risico’s…’
Deze metafoor laat zich gemakkelijk vertalen naar het proces dat de werkbegeleider en de deelnemer samen doormaken. ‘Duidelijk is dat het bij werkbegeleiding om veel meer gaat dan alleen het aanleren van technische vaardigheden - zoals het trappen op de pedalen van een fiets. Die vaardigheden moeten deelnemers leren toepassen in de complexe context van het werk. Daarom leg je als werkbegeleider uit wat je doet. Soms doe je dingen voor en laat je de deelnemer meekijken. Natuurlijk praat je ook over keuzes die je maakt in allerlei situaties. En je beantwoordt kritische vragen van de deelnemer.’
‘Zo bouw je al reflecterend een werkrelatie met elkaar op. Daarbij past wellicht het beeld van de tandem - en wie zit daar dan voorop? Of bestuur je samen - naast elkaar zittend - een waterfiets? In elk geval is het voor werkbegeleiders heel belangrijk om zich goed te realiseren hoe moeilijk en ingrijpend het is voor beginnende behandelaren om met ernstige psychische problematiek aan de slag te gaan. Dat heeft inderdaad wel wat weg van leren fietsen in Amsterdam,’ aldus Ruud.

Model, ruimte, vertrouwen en aandacht…


De deelnemer werk en leert in een complexe context: er zijn de vereisten van de afdeling en er zijn de eisen van de opleiding. Om in die complexe context te leren, is een hecht samenspel tussen werkbegeleider en deelnemer een must. ‘De werkbegeleider geeft richting, hij geeft aan ‘wat er moet en hoe het moet’, is een model en een baken voor de deelnemer. De deelnemer brengt zijn leervragen, zijn kwaliteiten en kwetsbaarheden mee, en datgene wat hij in de cursussen leert. In het samenspel tussen werkbegeleider en deelnemer draait het - naast de vakinhoudelijke overdracht - vooral om ruimte, vertrouwen en aandacht’, onderstreept Ruud. Wat heeft de deelnemer in huis, wat kan hij al inzetten, waar heeft hij steun of misschien instructie nodig? Je zou kunnen zeggen dat de deelnemer en de werkbegeleider een lerend koppel zijn.
‘Tijdens de trainingen die de RINO Groep voor werkbegeleiders gaat organiseren, willen we dan ook verder met de deelnemers nadenken over de invulling van die vier pijlers van het leren in werkbegeleiding. En dat aan de hand van situaties die zij zelf inbrengen. Hoe doe je dat? Wat vind je belangrijk? En tot welk ‘contract’ leidt dat met de deelnemer? Hopelijk leidt het gesprek over dit soort vragen tot een gemeenschappelijk kader waarmee we de werkbegeleiding verder kunnen professionaliseren!’

Werkbegeleider Liesbeth Smit over de training


Werkbegeleider, klinisch psycholoog en psychotherapeut Liesbeth Smit over de training die José en Ruud dit voorjaar hebben georganiseerd bij GGz Centraal:
‘De training ‘werkbegeleiden is een vak’ was heel waardevol en leerzaam en heeft mij een aantal dingen duidelijk gemaakt:
- Er is altijd veel aandacht voor het geven van supervisie maar het geven van werkbegeleiding is eigenlijk veel belangrijker, want werkbegeleiding is het fundament voor elke deelnemer aan een BIG-opleiding.
- Naast het regelen van praktische zaken is het belangrijk om in de werkbegeleiding expliciet stil te staan bij hoe het persoonlijk met de deelnemer gaat.
- Het is belangrijk om stil te staan bij hoe je samen de werkbegeleiding vorm gaat geven: wat is het instapniveau, kan de deelnemer al een beetje zelfstandig ‘fietsen’ of nog helemaal niet?
Praktische handvatten zijn onder andere:
- Zet doelen op papier en evalueer die regelmatig.
- Geef de nieuwe werkbegeleiders in de ggz-instelling de kadernota P-opleiding.
- Organiseer regelmatig bijeenkomsten voor werkbegeleiders met mogelijkheid voor intervisie en rollenspelen.
- Als je zaken met betrekking tot werkbegeleiden organisatie breed kunt bespreken is dat helpend en fijn.’
 
Over Ruud en José vertelt Liesbeth: ‘Bovenal is het koppel Beunderman en Van Reijen in staat om heel snel een prettige en goed werkbare sfeer neer te zetten waarin een aantal fundamentele zaken rond het geven werkbegeleiding duidelijk worden. Een aanrader voor elke ggz-instelling met opleidingen en werkbegeleiders!’

Meer informatie

Wil je je binnen je erkende praktijkinstelling professionaliseren op het gebied van werkbegeleiding? Neem dan contact op met onze collega's van de Infodesk via 030 230 84 50.

Ook interessant voor jou