interview
18 april 2018

Nieuw instrument voor het inschatten van dreigend delictgedrag

Vanaf 2019 gaan alle ambulante instellingen in de forensische zorg met hetzelfde risicotaxatie-instrument werken. Met de Forensisch Ambulante Risico Evaluatie (FARE) kunnen behandelaars monitoren of de behandeling aanslaat of moet worden bijgesteld. Bovendien kunnen met dit nieuwe instrument voor het eerst behandelresultaten van verschillende forensische zorgaanbieders eenduidig met elkaar worden vergeleken.
 
Hoe verklein je het risico op terugval in dreigend delictgedrag? In de forensische zorg is dat de centrale vraag. Hierbij moeten behandelaars een goed onderbouwde inschatting maken van risicofactoren die kunnen leiden tot herhaald grensoverschrijdend gedrag.

Joan van Horn en Stefan Bogaerts
Stefan Bogaerts en Joan van Horn

Versnipperd veld

Tot voor kort maakten ambulante forensische zorgaanbieders hierbij gebruik van maar liefst 22 verschillende risicotaxatie-instrumenten, zegt Joan van Horn, hoofd Afdeling Onderzoek bij de Waag (onderdeel van De Forensische Zorgspecialisten) en docent bij de RINO Groep. 'Dat is illustratief voor de versnipperde manier waarop tot voor kort risicotaxaties werden verricht in de forensische zorg', zegt ze. 'Hierdoor was het niet goed mogelijk om in het gehele ambulante forensische veld risicotaxatie-uitkomsten met elkaar te vergelijken. Maar dat verandert vanaf 2019, omdat dan in alle instellingen die forensische behandelingen aanbieden de Forensisch Ambulante Risico Evaluatie (FARE) wordt ingezet.'

Goed gefundeerd instrument

Het projectteam dat FARE de afgelopen jaren ontwikkelde, werd begeleid door Joan en Stefan Bogaerts, hoogleraar forensische psychologie bij de Universiteit van Tilburg en directeur-hoogleraar Fivoor Wetenschap en Behandelinnovatie. In opdracht van het programma Kwaliteit Forensische Zorg werkten zij aan een goed gefundeerd taxatie-instrument dat is toegesneden op de problematiek van Nederlandse delinquenten die gedwongen of vrijwillig ambulant worden behandeld.
Behalve een meta-analyse naar internationale literatuur over risicofactoren bij delictgedrag voerden zij ook een data-analyse uit op gegevens van ruim 5.000 delinquenten. 'Bovendien spraken we met forensische behandelaars, om ook hun ervaringen en inzichten mee te nemen', vertellen Joan en Stefan terugkijkend.
'Dit leidde tot een bevestiging van de acht meest relevante risicofactoren (Central Eight), zoals een criminogeen sociaal netwerk, middelengebruik en een antisociale attitude. Deze risicofactoren maken nu onderdeel uit van de FARE, en spelen daarnaast ook een belangrijke rol in het Risk Need Responsivity Model, het leidende behandelmodel in de forensische zorg.'

Positieve reacties

'Dankzij onze samenwerking ligt er nu een handzaam instrument waarmee het gehele ambulante forensische veld periodiek kan gaan ROMmen (Routine Outcome Monitoring) om te zien of de ingezette behandeling inderdaad het beoogde effect heeft', zegt Joan. 'En de eerste reacties op FARE zijn heel positief! Behandelaars zijn blij dat er nu eindelijk een instrument ligt dat echt is toegesneden op hun doelgroep. Dat voorkomt dat zij ‘administratief-lijstjes-invullen-omdat-het-moet’, zoals soms het geval was.'
'Het is dus heel goed geweest dat we behandelaars actief betrokken hebben bij de ontwikkeling van dit instrument', vult Stefan aan. 'Dat heeft geleid tot een nog groter draagvlak. Nu is belangrijk dat behandelaars ook regelmatig terugkoppelingen krijgen, zodat zij de behandelvoortgang periodiek kunnen evalueren.'

Verschillende risicofactoren

Bij het inschatten van de kans op een terugval in delictgedrag is het van belang om een onderverdeling te maken in statische en dynamische risicofactoren. 'Bij statische factoren gaat het onder andere om vaststaande gegevens, zoals de leeftijd waarop iemand voor het eerst een delict heeft gepleegd. Hoe vroeger dat tijdstip, hoe groter de kans dat het delictgedrag een soort leefstijl is geworden', legt Joan uit. Door alle scores van deze statische factoren bij elkaar op te tellen, ontstaat er een risico-classificatie. 'In FARE gaat het echter vooral om de dynamische risicofactoren omdat die door behandeling te veranderen zijn.' Dynamische risicofactoren hebben betrekking op de persoon en het gedrag van de persoon (individuele factoren) en op diens sociale- en leefsituatie (contextuele factoren). Deze risicofactoren zijn te beïnvloeden en hangen samen met veranderingen in het recidiverisico.

Delinquenten: generalisten

De mensen die in de forensische zorg worden behandeld, hebben heel uiteenlopende delicten gepleegd, zoals gewelds-, vermogens- en levensdelicten. 'Uit onderzoek blijkt dat vier van de vijf delinquenten verschillende typen delicten op hun naam hebben staan. Vaak zijn het dus meer generalisten dan specialisten', constateert Joan van Horn. Dit vormt volgens haar echter geen belemmering voor het gebruik van FARE.
'Dit instrument is breed inzetbaar voor een breed spectrum aan delict-gedrag’, benadrukt ze. ‘Zelfs het gros van de zedendelinquenten is generalistisch. Alleen voor bepaalde subgroepen die wel specialist zijn in een bepaald delict - zoals mensen met een pedofiele stoornis of plegers van huiselijk geweld - is het nodig om delict-specifieke risicotaxatie-instrumenten in te zetten.'
'Daarnaast is het instrument ook geschikt voor mensen die nog geen delict hebben gepleegd maar bij wie wel sprake is van een dreiging', vult Stefan aan. 'Hetzelfde geldt voor cliënten die vrijwillig in behandeling zijn voor bijvoorbeeld een agressieprobleem.'

Vertaalslag naar behandeldoelen

Het bepalen van het risico op terugval is natuurlijk geen doel op zich. Het gaat erom dat behandelaars de uitkomsten van FARE inzetten om behandeldoelen op te stellen en die zo nodig aan te scherpen. 'Het maken van de vertaalslag van risicotaxatie naar behandeldoelen is daarom een belangrijk onderdeel van de training', zegt Joan, die bij de RINO Groep een FARE-training verzorgt.
'Tijdens de eendaagse training leer je als deelnemer hoe je FARE optimaal kunt inzetten tijdens een ambulante behandeling. Dat vereist natuurlijk kennis van het achterliggende model. Maar daarnaast leer je ook hoe je alle informatie die uit de concrete antwoordcategorieën van FARE naar voren komt goed kunt wegen. Dat is essentieel voor een juiste inschatting van het recidiverisico en het bijstellen van de behandeling.'

Verder vervolgonderzoek

FARE is ontwikkeld als papieren versie. Inmiddels is het instrument echter gedigitaliseerd en ingebouwd in diverse ROM-systemen en EPD’s. Om het instrument verder te verbeteren, vindt op dit moment vervolgonderzoek plaats waarbij ook voor de dynamische risicofactoren een rekenmodel wordt ontwikkeld. Zo wordt het mogelijk om het recidiverisico nog objectiever te classificeren.