interview
29 januari 2018

'Professionals in de gesloten jeugdzorg verdienen veel meer waardering'

Gz-psycholoog en psychotherapeut Erik Jongman vertelt over werken in de gesloten jeugdzorg en wat hij doet om professionals steviger in hun schoenen te helpen staan.

Erik Jongman
Drs. Erik Jongman, psychotherapeut en Gz-psycholoog

Je werkt onder andere bij De Koppeling, een behandelcentrum van Spirit in Amsterdam voor jongeren van 12 tot 18. Waarom komen zij bij jullie terecht?

‘Om heel uiteenlopende redenen. Er zijn jongeren met zulke ernstige gedragsproblemen dat niemand thuis, op school of bij de ambulante hulpverlening meer weet wat te doen. Of bij wie verborgen ellende wordt vermoed, zoals loverboyproblematiek. We zien ook veel kinderen bij wie psychische problemen uit de hand zijn gelopen doordat ze door de transformatie in de jeugdzorg veel te laat hulp hebben gekregen. En er is een groep die behoorlijk crimineel is en naar mijn idee thuishoort in de jeugdgevangenis. De gesloten jeugdzorg is voor kwetsbare jongeren die juist beschermd moeten worden tegen zichzelf en anderen.’

Waarom behandelen jullie in een gesloten setting?

‘Als de opvoeders onmachtig zijn, is een gesloten setting in het belang van het kind: omdat een puber anders wegloopt, seksueel riskant gedrag ontwikkelt, in de criminaliteit belandt. Vaak gaat het om problemen die al in de basisschoolleeftijd ontstaan zijn en bij de ouders vandaan komen, bijvoorbeeld door een vechtscheiding. Sommige jongeren zeggen dan ook: waarom moet ik thuis weg terwijl het mijn ouders zijn die behandeld moeten worden? En daar hebben ze gelijk in.’

De ouders behandelen jullie ook. Hoe gaat dat?

‘Er zijn allerlei effectieve interventies, zoals relatiegezinstherapie en vaardigheidstrainingen voor ouders. Om die met succes uit te voeren, heb je naast heel goed opgeleide therapeuten een solide samenwerking nodig met scholen, gemeenten, collega-instellingen, jeugdbescherming enzovoort. Die staat onder druk sinds de transitie in de zorg. Alles draait nu om eigen kracht en eigen regie, maar het gaat hier om ouders die moeite hebben met opvoeden, hun eigen problemen hebben en hulp mijden. Voor de transitie was het natuurlijk ook al lastig om vermijdende ouders in behandeling te krijgen, maar het huidige bestel maakt het juist met de moeilijkste groep extra problematisch. We zoeken nog steeds naar de juiste balans tussen eigen kracht en tijdig dringend en dwingend optreden. Veel problemen die wij zien kunnen voorkomen worden als er eerder wordt ingegrepen - dat moet echt veranderen.’

Hoe blijf je als hulpverlener in dit werk overeind?

‘Werken in de gesloten jeugdzorg is heel zwaar. Je zit altijd in de negativiteit, werkt met ongemotiveerde ouders en kinderen en ziet nooit resultaat van je werk omdat de jongeren maar kort blijven. Je loopt voortdurend het risico dat je een klacht aan je broek krijgt, en de maatschappij heeft geen enkele waardering voor je werk. Ik sta inmiddels niet meer zelf op de werkvloer, maar help teams en gedragswetenschappers om sterker in hun schoenen te staan in het ingewikkelde spanningsveld tussen alle betrokken partijen en de samenwerking te verbeteren. En ik laat ze zien hoe ze kunnen volgen hoe het gaat met de kinderen die ze hebben behandeld, zodat ze weten dat het zin heeft wat ze doen.’

Waarom zet je je hier zo voor in?

‘In de gesloten jeugdzorg werken veel goede jonge mensen die na een paar jaar ervaring wegtrekken naar andere instellingen omdat het zo zwaar is. Maar deze kinderen hebben juist de beste hulpverleners nodig. Daarom doe ik er alles aan om die te behouden. Dat moet op alle niveaus gebeuren, door directies die achter hun mensen staan, bijvoorbeeld, maar ook door de buitenwereld. Die begrijpt te weinig hoe moeilijk het werken met deze doelgroep is en hoe de hulpverleners worden overvraagd. Deze professionals verdienen veel meer waardering, ondersteuning en respect.’

Ben je hulpverlener in de jeugdzorg en wil je steviger in je schoenen staan?