interview
18 april 2016

Ouderen en zelfregie (2): Laveren tussen betutteling en onveiligheid

Wie de zelfregie van mensen met dementie wil bevorderen, moet zijn weg vinden tussen spanningsvelden. Dat is de ervaring van Ronald Geelen, die als Gz-psycholoog werkt met mensen met dementie en doceert aan de GZ-opleiding met accent ouderen.

Docent Ronald Geelen
Docent Ronald Geelen

Hoe kijk jij als psycholoog naar zelfregie?
‘Aan de ene kant wil ik het mensen met dementie naar de zin maken en hun wens volgen, aan de andere kant wil ik voorkomen dat ze het slachtoffer worden van hun eventuele beperkingen. Ik wil dus niet betuttelen, maar ook niet verwaarlozen door ze maar aan hun lot over te laten. Om daar een goede weg in te vinden, moet je eerst de mens tegenover je leren kennen en begrijpen. Ik stel me daarbij meer op als Columbo dan als Derrick: ik hou me van de domme en vraag en passant veel, in plaats van dat ik gestructureerd mijn vragenlijst afwerk. Pas daarna ga ik nadenken over de wilsbekwaamheid van mijn gesprekspartner en over hoe te handelen. Daarbij hou ik voor ogen dat een mens niet alleen gelukkig wordt als we doen wat hij vraagt, maar vooral als hij serieus genomen wordt en zelf ook nadenkt over zijn keuzes.’

Hoe werkt dat bij ouderen met dementie?
‘Bij hen kom je als het gaat over zelfregie voortdurend in spanningsvelden terecht. Een voorbeeld: een vegetarische dame met dementie zat in het verzorgingshuis aan tafel met vleeseters. Ze gaf aan dat ze ook vlees wilde eten, en de verzorger gaf daar gehoor aan. De dochter van de vrouw accepteerde dat niet - haar moeder was hier altijd heel uitgesproken over geweest - en verbood het. Daarop kreeg de dame weer vegetarische maaltijden - en pikte ze de gehaktbal van haar buurvrouw. Wat speelt hier nu allemaal? En wie overziet haar wens het beste: de mevrouw zoals ze hier en nu opgenomen is, haar "vroegere ik", de dochter?’

Hoe ga je dan te werk?
‘Wettelijke kaders en methodieken helpen om hierin zo goed mogelijk te handelen. Het mag daarbij nooit een automatisme zijn om te zeggen: dit mag niet, of: dat moet kunnen. Je zet mensen aan het denken door ze met socratische vragen een spiegel voor te houden en blijft met ze communiceren. Als de cliënt dan uiteindelijk duidelijk heeft wat hij wil en er is geen gevaar, dan bepaalt hij - niet de wettelijke vertegenwoordiger of ik. Zijn er risico’s, dan kun je bijvoorbeeld afspreken in kleine stapjes dingen uit te proberen en te zien of het gaat. Dan blijkt het vanzelf als het niet zo is. Alleen voor het afwenden van ernstig gevaar mag je tegen de wens van de cliënt ingaan, en zul je daarvoor de wettelijke spelregels moeten volgen.’

__________________________________________________________________________________________________________________

Informatie over de GZ-opleiding accent ouderen >

Informatie over ander opleidingsaanbod ouderen >