interview
18 april 2016

Problemen met prikkels? Zo kun je beter begeleiden

Sensorische informatieverwerking, oftewel de zintuiglijke verwerking van prikkels: het is al lang bekend dat mensen met autisme ermee worstelen, maar het ontbreekt hulpverleners vaak aan kennis en tools om problemen op dit gebied goed te signaleren, te interpreteren en erop in te spelen. Die kennis en tools krijg je in de cursus ‘Behandeling van sensorische informatieverwerking bij kinderen met autisme’ van ergotherapeut Miriam Hufen van Anders Kijken naar Kinderen en Gz-psycholoog en orthopedagoog Lida Nuy van het Dr. Leo Kannerhuis.

Docenten Miriam Hufen en Lida Nuy
Docenten Miriam Hufen en Lida Nuy

Waarom is sensorische informatieverwerking bij autisme zo’n hot item?

Lida: ‘Het is al jarenlang bekend dat mensen met autisme vaak dusdanige problemen hebben met het verwerken van zintuiglijke prikkels dat het ze belemmert in hun dagelijks leven. Maar goed zicht hadden we er niet op en veel aandacht was er niet voor. Onderzoek gepubliceerd in het Wetenschappelijk Tijdschrift Autisme liet bijvoorbeeld zien dat 96% van de ondervraagden problemen had, maar dat dat maar bij 59% in het dossier stond.’

Miriam: ‘Dat komt doordat het zo ingewikkeld is. Elk mens heeft nu eenmaal zijn eigen zintuiglijke voor- en afkeuren, dat is bij mensen met autisme niet anders. Je hebt dus verschillende referentiekaders nodig om prikkelverwerkingsproblemen goed te duiden. In de nieuwe DSM staan deze voor het eerst genoemd als aspect van autisme. Daarmee staan ze voor het eerst echt op de kaart en moeten hulpverleners ermee aan de slag.’

Wat voor verwerkingsproblemen hebben mensen met autisme?

Lida: ‘Mensen kunnen overgevoeligheid laten zien voor zintuiglijke prikkels: bijvoorbeeld last hebben van geluiden of geuren, moeite met het dragen van bepaalde kleding, een stijve motoriek, niet naar de kapper willen of hun tanden niet willen poetsen. Maar ondergevoeligheid komt ook voor. Dan weigeren ze bijvoorbeeld te eten of buffelen ze juist door omdat ze honger of verzadiging niet registreren. Of ze verwonden zichzelf doordat ze geen kou of hitte voelen.’

Miriam: ‘Het is belangrijk om niet alleen te kijken naar negatieve gevolgen, maar ook naar positieve. Overgevoelige mensen kunnen bijvoorbeeld intens genieten van kleuren of van een draaiende molen. Of ze kunnen juist houvast ontlenen aan bepaalde prikkels. Zo kijken biedt ook kansen om oplossingen te bedenken waarbij mensen juist gebruik maken van de manier waarop zij prikkels verwerken. Zo kan een kledingstuk met een vertrouwde geur iemand geruststellen in een moeilijke situatie.’

Hoe is er tot nu toe met deze problematiek omgegaan?

Lida: ‘Vooral vanuit een cognitief model dat bekijkt hoe mensen prikkels verwerken tot een betekenisvol geheel. Als iemand bijvoorbeeld moeite heeft om hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden, dan weet je dat hij informatie cognitief anders verwerkt. En dat betekent dat er waarschijnlijk ook problemen zijn met de sensorische informatieverwerking.’

Miriam: ‘De laatste tijd komt er naast de cognitie ook aandacht voor responsiviteit. Daarbij draait het om vragen als: neemt deze persoon de prikkel eigenlijk waar, hoe beleeft hij die en hoe reageert hij erop? Allebei de invalshoeken zijn nodig. Het is dus belangrijk dat je vanuit verschillende denkmodellen kijkt.’

Is dat de reden dat jullie samen deze cursus geven?

Lida: ‘Ja, wij vullen elkaar aan en schuiven in deze cursus onze deskundigheden in elkaar. Ik kijk vanuit de theorie naar de praktijk op basis van mijn brede kennis van ontwikkelingsstoornissen in het algemeen en autisme in het bijzonder.’

Miriam: ‘En ik geef les vanuit twintig jaar praktijkervaring met therapie voor kinderen met problemen met prikkelverwerking. Samen willen we zo bijdragen aan de verbetering van de dagelijkse praktijk van de begeleiding vanuit een wetenschappelijk kader. Op dit werkterrein kan het ook niet anders: er zijn namelijk bijna geen evidence based behandelingen, dus putten we veel uit best practices.’

Wat leren deelnemers in de cursus?

Miriam: ‘Allereerst leer je de gedragingen van je cliënt in kaart te brengen. Wat neem je precies waar en waar heeft dat mee te maken? Als iemand niet wil eten, kunnen daar verschillende oorzaken achter zitten: walgt hij bijvoorbeeld van de structuur, dan heeft dat te maken met de sensorische informatieverwerking, maar komt het doordat hij zich onveilig voelt in de omgeving, dan is het contextgerelateerd. Je leert de manier van prikkels verwerken beschrijven in een zintuiglijk profiel, met de positieve én negatieve kanten daarvan.’

Lida: ‘Als je het profiel helder hebt, kun je daar je interventies op afstemmen. Wat je wil is mensen zelf meer grip geven zodat de dingen hen niet overkomen, en de omgeving voorlichten zodat die snapt dat iets geen aanstellerij is maar echt pijn doet. Hoe meer hulpverleners deze methoden kunnen hanteren, hoe meer ze kunnen bijdragen aan minder stress en een fijner leven voor mensen met autisme.’

__________________________________________________________________________________________________________________

Informatie over de cursus Behandeling van sensorische informatieverwerking bij kinderen met autisme >