interview
18 april 2016

P-opleiders: een nieuwe generatie

Een nieuwe generatie P-opleiders treedt in de voetsporen van haar voorgangers: Christel Hessels, Dorothé Ernste en Pieter Dingemanse geven voortaan vorm aan het praktijkdeel van de BIG-opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog in hun instellingen. Waar staan ze nu en waar willen ze heen?

P-opleiders Christel Hessels, Dorothe Ernste en Pieter Dingemanse
P-opleiders Christel Hessels, Dorothe Ernste en Pieter Dingemanse


 
Voortbouwend op de erfenis van hun voorgangers zijn ze enthousiast aan de slag gegaan, de drie nieuwe P-opleiders bij Altrecht, GGz Centraal en de Parnassia Groep. Hoog op ieders lijstje staat het vergroten van het draagvlak voor opleiden in de eigen instelling.

Pieter Dingemanse: ‘Door de focus op productie leeft breed het misverstand dat opleiden een kostenpost is, en wordt over het hoofd gezien dat het ook veel oplevert. Er is natuurlijk eerst het langetermijnbelang: als je goed opleidt, haal je verjonging en vernieuwing in huis en kun je goede mensen selecteren. Tegenover de kosten staan bovendien subsidieinkomsten, dat is niet voor iedereen altijd even zichtbaar.’

In de dynamiek van bezuinigingen en organisatieveranderingen is het zaak tegelijk goed in te spelen op wat er gebeurt. Parnassia, bijvoorbeeld, is zich aan het omvormen tot een herstelgerichte organisatie met zelfsturende teams.

Dorothé Ernste: ‘De grootste vraag waar ik nu mee bezig ben, is hoe we opleiden inpassen in die context. Dat de BIG-opleidingen inmiddels competentiegericht zijn georganiseerd en de deelnemers zelf verantwoordelijkheid dragen voor hun dossier, sluit hier goed bij aan. Maar je kunt dit niet alleen op hun bordje leggen. Om jezelf te kunnen ontwikkelen, heb je immers een vorm van sturing en inbedding nodig.’


De BIG-professional van morgen

Het opleiden van de professional van morgen begint bij een beeld van hoe die professional eruit ziet. Waar het voor de vorige generatie volstond om gewoon goed te zijn in diagnostiek en behandeling, is dat niet meer voldoende.

‘Aan de ene kant moet onze bemoeienis als psychologen zich ook gaan uitstrekken naar preventie en vroege interventie,’ zegt Christel Hessels. ‘Aan de andere kant moeten we gaan staan voor ons vak door actief mee te denken over beleid, verantwoordelijkheid te dragen en goed uit te leggen wat we doen. En dat niet door te blijven hangen in de discussie welke discipline beter is dan de andere, maar door ons juist gezamenlijk in te zetten voor het belang van de cliënt. Wij psychologen zijn bij uitstek geschikt om na te denken over processen en onderliggende dynamieken, over hoe je verandering in gang zet. Dat is ons vak, dus moeten we die positie ook innemen.’

Goed kunnen opereren in netwerken is een volgend vereiste. ‘De focus in ons werk ligt veelal nog op ons eigen ding doen in onze eigen kamer,’ legt Pieter uit. ‘Maar die tijd is voorbij. Het gaat er nu om dat je denkt in netwerken, de aandacht verlegt van zelf doen naar anderen in staat stellen om te handelen, en zorgt voor goede toegankelijkheid en beschikbaarheid van zorg. Dat laatste kan bijvoorbeeld door veel meer digitale middelen in te zetten.’

Dat alles vraagt om professionals met niet alleen een zakelijke blik op het grote geheel, maar ook met ‘ouderwetse’ bezieling. Dorothé: ‘De professional van morgen is ook iemand die gaat sprankelen als het om de inhoud gaat - die uitstraalt waarom ze voor het vak gekozen heeft.’

  


De BIG-opleiding van morgen

Deelnemers aan de BIG-opleidingen moeten hun beroep in feite beter leren dan hun opleiders, is de conclusie.

Christel: ‘Er is behoefte aan mensen die hun vak zodanig verstaan dat ze het kunnen uitoefenen onder financiële druk en in een veranderend zorglandschap, terwijl ze ruimte houden voor goede diagnostiek en reflectie.’ Belangrijk daarbij is feeling houden met de wetenschap. ‘Nu zit er een groot gat tussen de universitaire masteropleiding en de specialistische opleiding tot klinisch psycholoog: in de postmaster opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog en tot psychotherapeut, die daar tussenin liggen, is er weinig verbinding met wetenschappelijk onderzoek. Ik wil niet zeggen dat je in alle BIG-opleidingen onderzoek zou moeten doen, maar ik zou wel graag zien dat er overal een wetenschappelijke focus komt, zodat de deelnemers de gewoonte aanleren om originele artikelen zelf kritisch te lezen en te beoordelen op hun bruikbaarheid.’

Dorothé: ‘En vanuit die wetenschappelijke focus is het belangrijk dat we breed blijven kijken. Effectonderzoek vanuit de cognitieve therapie heeft veel evidence based behandelingen opgeleverd op dat terrein, maar de inzichtgevende psychotherapieën zijn een mooie inhaalslag aan het maken. Zo zijn er goede resultaten gevonden voor MBT (mentalisation based treatment) en TFP (transference focussed psychotherapy) voor een hele complexe doelgroep.’

De praktijkopleidingen zijn tegelijkertijd bezig zich sterker te wenden naar de veranderde zorg. ‘Het werken in de buurt-, wijk- en FACT-teams is een hele omslag,’ vindt Dorothé, ‘maar ook een prachtige kans voor de BIG-beroepen om onze expertise op een nieuwe manier in te zetten en een fantastische plek om opgeleid te worden. Het komt er dus op aan dat we onze deelnemers goed begeleiden om ze te leren hun tools op een andere manier in te zetten.’ Daarvoor hebben de praktijkopleidingen wel een zekere bewegingsvrijheid nodig.

Christel: ‘Opleiden moet niet een kwestie zijn van afvinklijstjes afwerken, maar van binnen de eindtermen een goed opleidingsklimaat creëren dat is afgestemd op de kansen en uitdagingen in de praktijk. Zo kunnen wij echt de professional van morgen opleiden.’

__________________________________________________________________________________________________________________

Informatie over het opleiden van medewerkers tot BIG-professionals >