Instellingen en particuliere samenwerkingsverbanden in de ggz besteden tegenwoordig steeds meer aandacht aan werkbegeleiding, supervisie en intervisie, omdat dit verplichte onderdelen kunnen zijn van (postmaster) opleidingen tot Gz-psycholoog, psychotherapeut, klinisch psycholoog, psychiater, verpleegkundige, vaktherapeut. Daarnaast is intervisie een essentiële voorwaarde voor de beroepsuitoefening en kan deelname aan deze vormen van deskundigheidsbevordering meetellen voor de (BIG-)herregistratie van een aantal beroepsgroepen.
Deze vormen van deskundigheidsbevordering (werkbegeleiding, supervisie en intervisie) worden als een samenhangend pakket aangeboden, omdat er naast duidelijke verschillen in werkvormen ook duidelijke inhoudelijke overeenkomsten zijn wat de doelen en de werkwijze betreft. Het gaat om het bevorderen van:
- een professionele attitude in behandelingen
- het hanteren van de therapeutische alliantie als een effectieve behandelmethode
- het tijdig herkennen van improductieve en disfunctionele interacties in behandelingen
Deze cursus geldt als basis. Er kan ook een verdiepingscursus worden ontwikkeld en aangeboden.
De cursus bestaat uit twee delen. In het eerste deel van de cursus worden diverse aspecten van supervisie en werkbegeleiding beknopt worden behandeld. Het tweede deel is een verdiepend deel met als hoofdthema het effectief hanteren van de werkalliantie in psychotherapie.
In deze cursus hanteren we uiteenlopende werkvormen zoals literatuurstudie, theoretische presentaties door de docenten en cursisten, discussie, casuïstiekbesprekingen en rollenspelen.
Met behulp van zelf ingebrachte casuïstiek (monitoren van gedrag; audio/videomateriaal) kunt u uw eigen ‘interpersoonlijke valkuilen’ in supervisiesessies en andere begeleidingssessies indentificeren en aanpakken. U krijgt de mogelijkheid om middels rollenspelen ervaring op te doen in de rol van zowel supervisor/begeleider als supervisant/begeleide.
Van u wordt verwacht dat u zich op de cursus voorbereidt door het bestuderen van de aangegeven literatuur en het maken van de huiswerkopdrachten die voor de sessies worden opgegeven.
Toetsing aan de hand van inbreng van eigen casuïstiek en nabespreking met docenten.